X en zijn ex-echtgenote exploiteren in VOF-verband een restaurant. In 2015 blijkt uit een strafrechtelijk onderzoek dat de werknemers structureel meer uren werken dan aan het administratiekantoor wordt doorgegeven en dat sommige werknemers helemaal niet in de LB-administratie voorkomen. X is inmiddels onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uren. In geschil is of X door de ontvanger terecht aansprakelijk is gesteld voor de LB-naheffing.
Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat X terecht aansprakelijk is gesteld voor de onbetaald gebleven naheffingsaanslag loonheffingen van de VOF. De loonadministratie vertoonde ernstige gebreken. De vereiste aangiften loonheffingen zijn daarom niet gedaan en er geldt omkering en verzwaring van de bewijslast. De ontvanger mocht uitgaan van de door de inspecteur gemaakte schatting van de verschuldigde loonheffingen, gebaseerd op onder meer urenbriefjes, werkroosters, verklaringen van werknemers en camerawaarnemingen. X toont niet overtuigend aan dat de naheffingsaanslag en de daarop gebaseerde aansprakelijkstelling te hoog zijn vastgesteld. X is er niet in geslaagd om zich te disculperen. Zowel het hoger beroep van X als het incidentele hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 33
Invorderingswet 1990 artikel 49
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Loonbelasting
Editie: 23 juli
Informatiesoort: VN Vandaag