Zes vennootschappen maken deel uit van een groep die actief is in reizigersvervoer per spoor. De Staat houdt via X BV alle aandelen in de groep. Op grond van de cao ontvangen werknemers reisfaciliteiten, waaronder Dal-abonnementen en losse treinreizen. Met ingang van 2015 passen de vennootschappen de werkkostenregeling toe. De inspecteur legt naheffingsaanslagen loonheffingen op over 2015 tot en met 2019 en stelt dat de collectiviteitskorting niet in mindering komt op het loon en dat de concernregeling niet toepasbaar is, omdat de Staat en al zijn overheidsdeelnemingen daaraan zouden moeten deelnemen.
In geschil in hoger beroep is of een collectiviteitskorting het loon vermindert en of de concernregeling beperkt kan worden tot een tussenhoudster en haar deelnemingen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de collectiviteitskorting niet in mindering komt op het loon, omdat deze uitsluitend beschikbaar is voor zakelijke klanten die een specifiek collectief product afnemen en niet voor Dal-abonnementen en losse treinreizen. Ten aanzien van de concernregeling brengt een redelijke wetstoepassing mee dat niet verlangd kan worden dat andere overheidsdeelnemingen die op generlei wijze financieel, organisatorisch of economisch verweven zijn met X BV, aan de concernregeling deelnemen. Het hof wijkt daarmee af van de letterlijke tekst van art. 32 lid 2 Wet LB 1964 en van het oordeel van de rechtbank op dit punt.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 32
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Loonbelasting, Premieheffing
Editie: 4 september
Informatiesoort: VN Vandaag