Een uitzendonderneming kan een door de Belastingdienst goedgekeurde vaste kostenvergoeding van een inlener niet automatisch toepassen op uitzendkrachten die zij ter beschikking stelt. Dat volgt uit een standpunt van de Kennisgroep loonheffing algemeen.

In de voorgelegde situatie heeft een inlener met de Belastingdienst afgesproken dat een vaste kostenvergoeding voor eigen werknemers geheel onbelast kon worden verstrekt. Die vergoeding bestaat deels uit gericht vrijgestelde kosten en deels uit intermediaire kosten. De vraag is of een uitzendonderneming dezelfde fiscale behandeling mag toepassen bij uitzendkrachten. Volgens de kennisgroep is dat niet zonder meer mogelijk. Een afspraak tussen de Belastingdienst en een inlener geldt namelijk niet automatisch voor een derde partij, zoals een uitzendonderneming. Wel kan de uitzendonderneming aansluiten bij de bestaande afspraak als zij aannemelijk maakt dat de uitzendkracht een gelijke functie vervult en vanuit kostenoogpunt in dezelfde omstandigheden verkeert als de werknemer van de inlener. Daarvoor moet sprake zijn van vergelijkbare werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, zodat aannemelijk is dat dezelfde soorten kosten worden gemaakt. Daarnaast moet de uitzendonderneming dezelfde voorwaarden en vergoedingen hanteren als waarop de afspraak met de Belastingdienst ziet. Ook moet zij beschikken over de betreffende afspraak. Of daadwerkelijk aan alle voorwaarden is voldaan, blijft afhankelijk van de feiten en omstandigheden en is uiteindelijk ter beoordeling van de inspecteur.

Wetingang:

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 31A

[Nieuwsbron]

Rubriek: Loonbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 21 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen