Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur met de verwijzing naar de door hem ingebrachte stukken aannemelijk maakt dat X werkzaamheden heeft verricht voor Q BV. Er is dan ook terecht gebruikelijk loon in aanmerking genomen.

Y, de echtgenote van X, houdt de aandelen in Z BV en Q BV. Deze vennootschappen handelen in dranken en levensmiddelen. Nadat X in België wordt betrapt bij het onregelmatig binnenbrengen van alcoholische dranken, stelt de inspecteur een onderzoek in. Naar aanleiding van dit onderzoek legt de inspecteur IB-navorderingsaanslagen 2015 en 2016 op aan X. Hierbij wordt een gebruikelijk loon in aanmerking genomen bij X voor de werkzaamheden die hij voor Z BV en Q BV heeft verricht. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X zodanige werkzaamheden heeft verricht dat voor Q BV terecht gebruikelijk loon in aanmerking is genomen. Dit geldt niet voor Z BV. De rechtbank vermindert daarom de navorderingsaanslag 2015.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur met de verwijzing naar de door hem ingebrachte stukken aannemelijk maakt dat X werkzaamheden heeft verricht voor Q BV. Er is dan ook terecht gebruikelijk loon in aanmerking genomen. Het hof merkt daarbij op dat X geen informatie heeft verstrekt, terwijl dat wel op zijn weg lag. Ook de hoogte van het gebruikelijk loon is niet te hoog. De hoogte volgt namelijk rechtstreeks uit de wettekst en het is aan X om een lager bedrag aannemelijk te maken. Omdat X zijn stelling niet onderbouwt, maakt hij een lager gebruikelijk loon niet aannemelijk.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 12A

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.10

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Loonbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 11 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

22

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen