X bezorgt in 2020 dagbladen in buitengebieden in Noord-Holland. Haar opdrachtgevers controleren via een app op haar telefoon welk traject zij aflegt. X brengt € 1044 aan telefoon- en internetkosten in aftrek op haar resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur accepteert deze aftrek niet en legt navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2020 op. Rechtbank Noord-Holland staat de volledige aftrek toe. De inspecteur stelt hoger beroep in en voert aan dat X geen inzicht heeft gegeven in de omvang van de kosten. Subsidiair bepleit de inspecteur een aftrek van maximaal € 240.
Hof Amsterdam oordeelt dat de bewijslast voor de aftrek van kosten op X rust. X beschikt niet over facturen of rekeningafschriften en noemt verschillende bedragen. De inspecteur erkent echter dat X zakelijke telefoonkosten maakt. Het hof acht het bestaan en de zakelijke aard van de kosten aannemelijk, maar oordeelt dat ongewis blijft welk bedrag daarmee gepaard gaat. Op basis van de kosten van basisabonnementen op een overgelegde schermprint bepaalt het hof de aftrek in goede justitie op € 500.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.95
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 11 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag