Aflevering 17 van Fiscaal Weekblad FED verschenen. In deze aflevering zijn de volgende bijdragen opgenomen:
- Ongelijkheid en belastingheffing
1. Inleiding. De hoogste bomen vangen minder wind, concludeert het Centraal Planbureau (CPB) over het Nederlandse belastingstelsel. Het rapport is beslist niet onopgemerkt gebleven, getuige de Kamervragen van Inge van Dijk (CDA) en de ruime aandacht die het rapport in de media heeft... - Remling-zaak: motiveringsplicht hoogste nationale rechter indien hij geen prejudiciële vragen voorlegt aan HvJ EU.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) de vraag voorgelegd of zij met een verkorte motivering mag voorbijgaan aan verzoeken om prejudiciële vragen te stellen. Het HvJ antwoordt daarop dat een nationale rechter waarvan de... - Een eerdere beslissing jegens dezelfde belanghebbende leidt niet tot vooringenomenheid rechter.
Twee raadsheren van de belastingkamer van de Hoge Raad worden gewraakt. In zijn wrakingsverzoek voert verzoeker aan dat deze raadsheren bij een eerder door verzoeker ingediend cassatieberoep ten onrechte dat beroep niet ontvankelijk hebben verklaard. De Hoge Raad overweegt dat een rechter uit... - Verzending en ontvangst van een e-mailnotificatie over een bericht in de Berichtenbox van MijnOverheid zijn geen vereiste voor bekendmaking aanslag door verzending in de zin van art. 3:41 lid 1 Awb.
Belanghebbende bestrijdt de aanmaningskosten die de Invorderingsambtenaar hem in rekening heeft gebracht na het niet-betalen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting in 2022. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag hem niet heeft bereikt. Volgens belanghebbende is hij niet door middel van... - Indexeringspercentages verkoopprijzen van vergelijkingsobjecten vallen onder de reikwijdte van art. 40 lid 2 WOZ, maar zijn al in de bezwaarfase verstrekt.
Belanghebbende procedeert over een WOZ-beschikking en een aanslag OZB voor het jaar 2022. In cassatie stelt belanghebbende dat de indexeringspercentages die de heffingsambtenaar heeft toegepast op de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten onder de reikwijdte van art. 40 lid 2 WOZ vallen... - Bezwaar tegen aangifte BPM zonder tijdige voldoening is zonder voorwerp en daarom niet-ontvankelijk.
Belanghebbende doet als ondernemer aangifte BPM en mag de BPM per tijdvak van een maand voldoen. Belanghebbende heeft op respectievelijk 15 april 2021 en 19 mei 2021 aangifte gedaan van de bedragen aan BPM die zij over de tijdvakken maart 2021 en april 2021 verschuldigd is geworden... - Geen rechtsherstel box 3 voor niet-bezwaarmakers.
In het zogenoemde Kerstarrest (HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1963) oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel in de Wet IB 2001 in strijd was met art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM in samenhang met art. 14 EVRM en bood zelf rechtsherstel. In het onderhavige arrest... - Reikwijdte recht op wijziging onderlinge verdeling bij navordering.
De inspecteur heeft de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2018 van de belanghebbende en haar in 2019 overleden echtgenoot vastgesteld met inachtneming van negatieve belastbare inkomsten uit eigen woning volgens de aangiften. In de aangiften waren deze inkomsten... - Belanghebbende wenst een rentevergoeding over een periode die ruimer is dan uit de AWR voortvloeit, maar heeft daartoe bij de ontvanger geen verzoek ingediend. Verder wenst belanghebbende een hogere proceskostenvergoeding voor de kosten gemoeid met de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tot slot verzoekt belanghebbende een immateriële schadevergoeding vanwege de overschrijding van de redelijke behandeltermijn in cassatie.
Belanghebbende heeft in 2020 belasting voor de personenauto’s en motorrijwielen voldaan voor het in het Nederlandse kentekenregister laten opnemen van twee auto’s. Een van de twee hiertegen ingediende bezwaren wordt gegrond verklaard. Belanghebbende ontvangt € 1194 met...
Producten: Fiscaal Tijdschrift FED
5