Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de contante stortingen terecht tot de omzet heeft gerekend. X toont niet overtuigend aan dat en in hoeverre de door de inspecteur vastgestelde correcties onjuist zijn.

X exploiteert rijscholen, werkt enige tijd in loondienst bij een rijopleider en verzorgt later rijlessen voor cursisten van zijn broer. Naar aanleiding van een BTW-onderzoek breidt de inspecteur de controle uit en legt hij IB-navorderingsaanslagen en BTW-naheffingsaanslagen op. Volgens X zijn de aanslagen ten onrechte opgelegd dan wel te hoog. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de meeste aanslagen terecht zijn opgelegd. De inspecteur baseert de correcties op rijlesgerelateerde bijschrijvingen bij bankafschriften, contante stortingen en tikkies. Wel vernietigt de rechtbank de aanslagen over 2018 en vermindert de BTW-naheffingsaanslag 2017.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de contante stortingen terecht tot de omzet heeft gerekend. X toont met zijn verklaringen niet overtuigend aan dat en in hoeverre de door de inspecteur vastgestelde correcties onjuist zijn. X legt geen overtuigend verband tussen de stortingen en zijn verklaringen over leningen, spaargeld en in bewaring gegeven gelden. Het hof overweegt daarbij dat wisselende verklaringen over de herkomst van de contante stortingen ook niet bijdraagt aan zijn geloofwaardigheid. De correcties, uitgezonderd die voor het eerste kwartaal 2019, blijven in stand.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 23 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen