X doet BPM-aangifte voor een Volvo XC70 3.0 T6 Summum voor de Amerikaanse markt met schade. Zijn taxateur berekent de handelsinkoopwaarde op € 543 en X voldoet € 211 aan BPM. De inspecteur legt een BPM-naheffingsaanslag op van € 6525. De Hoge Raad (6 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:859, V-N 2025/27.21.4) oordeelt dat moet worden uitgegaan van de BPM die voor de auto verschuldigd zou zijn geweest op het tijdstip waarop die voor het eerst in gebruik werd genomen. Na verwijzing is in geschil of X bij de toepassing van de taxatiemethode mag uitgaan van de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat volgens de koerslijst Eurotaxglass’s met correctie voor de factoren markt- en dealersituatie.
Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat X na verwijzing geen gegevens heeft verstrekt waarmee de factoren ‘marktsituatie’ en ‘marktsituatie handelaar’ aannemelijk zijn gemaakt. X maakt ook niet aannemelijk dat er intern beleid van de Belastingdienst is, inhoudende dat bij toepassing van de taxatiemethode met de koerslijst van Eurotaxglass’s de correctiefactoren zijn toegestaan. Het beroep van X op de koerslijstmethode (Eurotaxglass’s) of de taxatiemethode met koerslijst X-Ray wordt eveneens verworpen. De auto in deze koerslijsten heeft namelijk een aanzienlijk lagere CO2-uitstoot. Dit verschil is zowel relatief als absoluut te groot en is veroorzaakt door CO2-verhogende opties die ook van invloed zijn op de handelsinkoopwaarde. X maakt de gestelde waardevermindering daarom niet aannemelijk. De naheffing blijft in stand. Het hoger beroep van de inspecteur is gegrond.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 9
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 23 juli
Informatiesoort: VN Vandaag