Hof Den Haag oordeelt dat Y geen BTW-ondernemer is en dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing kan zijn. Het hof merkt daarbij op dat X BV in de onderhavige procedure, die handelt over de overdrachtsbelasting, de vraag of Y als BTW ondernemer is aan te merken niet aan de orde kan stellen.

X BV koopt in 2007 een perceel grond met een kerk van kerkgenootschap Parochie Y. Y wil namelijk een nieuwe kerk bouwen en ter realisering daarvan is een deel van haar terrein, in overleg met de gemeente, bestemd voor appartementen. In verband met de slechte economische omstandigheden wordt de levering aan X BV uitgesteld. Nadat de kerk in 2011 afbrandt, laat Y de resterende opstallen verwijderen en laat zij het perceel ook verder zodanig bewerken dat het voor bebouwing geschikt wordt. Het perceel wordt uiteindelijk op 3 april 2017 aan X BV geleverd. Hierbij wordt BTW in rekening gebracht. De inspecteur legt vervolgens een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op aan X BV. Volgens de inspecteur treedt Y namelijk niet op als BTW-ondernemer. Hij heeft de aan Y opgelegde BTW-naheffingsaanslag daarom ook vernietigd. X BV is het niet eens met de aan haar opgelegde naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. Rechtbank Den Haag oordeelt dat Y bij de levering van het bouwterrein heeft gehandeld als BTW-ondernemer. De verplichtingen die Y jegens de gemeente is aangegaan en de werkzaamheden die door haar zijn verricht passen namelijk niet bij het enkele beheer van privévermogen. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Hof Den Haag oordeelt dat Y geen BTW-ondernemer is en dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing kan zijn. Het hof merkt daarbij op dat X BV in de onderhavige procedure, die handelt over de overdrachtsbelasting, de vraag of Y als BTW ondernemer is aan te merken niet aan de orde kan stellen. Daarbij merkt het hof ook nog op dat de BTW-inspecteur heeft geoordeeld dat Y geen BTW-ondernemer is en dat Y geen beroep heeft ingesteld tegen die beslissing. Nu de levering van het perceel dus niet is belast met BTW, is niet voldaan aan de voorwaarden om de samenloopvrijstelling toe te passen. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 7

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting, Belastingen van rechtsverkeer

Editie: 23 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

33

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen