Italië rekent fiduciaire mandaten van fiduciaire vennootschappen tot ‘soortgelijke juridische constructies’ in de zin van art. 31 EU-richtlijn 2015/849 (Vierde Anti-Witwasrichtlijn/MLD4). Dit betekent dat de fiduciaire vennootschappen verplicht zijn om informatie over de uiteindelijk begunstigden van deze mandaten te verstrekken. Diverse Italiaanse fiduciaire vennootschappen zijn het hier niet mee eens en zijn van mening dat de Italiaanse regeling onverenigbaar is met de EU-regeling. De Italiaanse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat Italië fiduciaire mandaten die worden afgesloten door fiduciaire vennootschappen naar Italiaans recht worden gerekend tot ‘andere soorten juridische constructies’ in de zin van art. 31 MLD4. Ook is het niet in strijd met het EU-recht dat, onder voorwaarden, toegang tot informatie over uiteindelijk begunstigden van trusts en soortgelijke juridische constructies mogelijk is voor particulieren. Het Hof van Justitie merkt tenslotte ook nog op dat het, onder voorwaarden, niet in strijd met het EU-recht is dat Italië een niet-rechterlijk bestuursorgaan de bevoegdheid verleent om krachtens art. 31 lid 7 bis MLD4 een uitzondering op de toegang tot informatie over de uiteindelijk begunstigden van een trust of soortgelijke juridische constructie toe te staan.
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 25 mei
Informatiesoort: VN Vandaag