BD is Slowaaks onderdaan. Hij heeft van 1 juli 1976 tot 31 augustus 1995 gewerkt als mijnwerker in een ondergrondse mijn op het grondgebied van het huidige Tsjechië. Vanaf 1 september 1995 heeft hij diverse andere werkzaamheden in loondienst verricht in Tsjechië en Slowakije. In 2013, het jaar waarin BD 55 jaar wordt, vraagt hij pensioen aan. Dit betreft een bijzonder pensioen voor mijnwerkers die meer dan 15 jaren ondergronds in een diepe mijn hebben gewerkt. De Slowaakse socialeverzekeringskas is van mening dat BD geen recht heeft op het speciale pensioen, omdat BD slechts 14 jaren en 63 dagen heeft gewerkt als mijnwerker. Daarbij draait het er uiteindelijk om of het tijdvak 1 januari 1993-31 augustus 1995 ook meetelt. De speciale regeling voor mijnwerkers is in Tsjechië namelijk afgeschaft per 31 december 1992 en in Slowakije pas op 31 december 1999. De Slowaakse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Het Hof van Justitie oordeelt dat Slowakije voor de vaststelling van het pensioen van mijnwerker BD rekening moet houden met de tijdvakken tussen 1 januari 1993 en 31 augustus 1995. In deze periode heeft BD namelijk als mijnwerker in ondergrondse mijnen gewerkt in Tsjechië. Dit om te beoordelen of is voldaan aan de voorwaarde dat gedurende 15 jaren bijdragen zijn betaald als mijnwerker in ondergrondse mijnen. De Slowaakse rechter moet een en ander nog wel verifiëren.
Wetingang:
Verordening (EG) Nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels artikel 51
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 25 mei
Informatiesoort: VN Vandaag