De Tweede Kamer heeft op donderdagmiddag 12 februari 2026 ingestemd met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Eerder die dag is gestemd over de ingediende amendementen. Daarbij is alleen het amendement van het lid Inge van Dijk (36748, nr. 11) aangenomen.

Dit amendement regelt dat de wet niet pas na vijf jaar, maar al na drie jaar wordt geëvalueerd, Doel is dat tijdig kan worden bijgestuurd op inhoud en uitvoering van deze wet. Alle andere amendementen zijn verworpen.

Met dit wetsvoorstel wordt in de Wet IB 2001 een nieuw stelsel voor de belastingheffing in box 3 ingevoerd. In het nieuwe stelsel wordt inkomstenbelasting als hoofdregel geheven over het werkelijke rendement uit sparen en beleggen op basis van vermogensaanwas. Hierbij worden de werkelijke inkomsten uit vermogen en de (positieve of negatieve) waardeontwikkeling belast en zijn kosten aftrekbaar. Voor onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting. Daardoor wordt waardeontwikkeling voor deze vermogensbestanddelen belast bij realisatie, zoals bij verkoop. De reguliere inkomsten van onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen, zoals huur en dividend, zijn belast in het jaar waarin zij worden ontvangen.

Het wetsvoorstel moet 1 januari 2028 ingaan.

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscale wetsvoorstellen

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 13 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

Dossiers: Box 3

143

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen