X is het niet eens met de aan hem in rekening gebrachte invorderingsrente. Naar aanleiding van zijn bezwaar vermindert de inspecteur de invorderingsrente. X is het echter nog steeds niet eens met de hoogte van de rente.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur de invorderingsrente juist heeft berekend. Bij gebreke aan een berekening van de inspecteur heeft de rechtbank de invorderingsrente zelf berekend, aan de hand van artt. 28 en 29 Inv. Wet. Hetgeen X aanvoert wordt verworpen. De rechtbank overweegt daarbij dat de invorderingsrente wordt berekend over het in art. 28 Inv. Wet dwingendrechtelijk genoemde tijdvak: het tijdvak dat aanvangt op de dag waarop de belastingaanslag invorderbaar is en eindigt op de dag voorafgaand aan de betaling. Ook heeft de rechtbank geen wettelijke grondslag om invorderingsrente uit coulance of wegens door X gestelde reserveringsschade te verminderen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Wetingang:
Invorderingswet 1990 artikel 28
Invorderingswet 1990 artikel 29