X rijdt met zijn auto een gemeentelijk parkeerterrein op waar een camerasysteem achteraf betaald parkeren registreert. Het terrein kent alleen betaling bij de automaat met contant geld of pin. Op 20 april 2022 registreert het systeem inrijden rond 08.54 uur en uitrijden rond 11.02 uur. X activeert via ParkMobile een parkeeractie in een nabijgelegen straat met een andere gebiedscode voor de periode 08:56 tot 11:00 uur. Omdat in het systeem geen betaling voor het parkeerterrein blijkt, legt de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag parkeerbelasting van € 66,80 op. In geschil is of X met betaling via een parkeerapp voor een andere zone parkeerbelasting voldoet en verrekening met de naheffingsaanslag plaatsvindt.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de heffingsambtenaar de uitspraak op bezwaar voldoende motiveert en dat sprake is van parkeren op het cameraterrein. Uit de camerafoto’s en de via ParkMobile overgelegde tijden volgt dat de auto daar tussen 08:54 en 11:02 uur stilstaat. X moet onderzoeken hoe hij parkeerbelasting voldoet en krijgt met de bebording voldoende duidelijkheid dat hij achteraf bij de automaat moet betalen. Betalen via een parkeerapp in een andere zone voldoet daarom niet. De eerder betaalde parkeerbelasting is niet te verrekenen met de naheffingsaanslag, zodat het hoger beroep ongegrond blijft en het hof de uitspraak van Rechtbank Limburg bevestigt.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.115
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 4 februari
Informatiesoort: VN Vandaag