De heffingsambtenaar stelt voor 2021 de WOZ-waarde van een bedrijfspand van X BV per waardepeildatum 1 januari 2020 vast op € 4.943.000 en legt een aanslag onroerendezaakbelastingen op. Het pand is in 2019 in verhuurde staat verkocht voor € 5.500.000 en verhuurd voor € 485.000 per jaar. De rechtbank vermindert de WOZ-waarde naar € 4.600.000 en kent immateriële schadevergoeding toe. X BV gaat in hoger beroep. De heffingsambtenaar stelt incidenteel hoger beroep in. In geschil is of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde 2021 van het bedrijfspand met het eigen verkoopcijfer aannemelijk maakt.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde aannemelijk maakt met het eigen verkoopcijfer kort voor de waardepeildatum. De heffingsambtenaar corrigeert de verkoopprijs in verhuurde staat door éénmaal de jaarlijkse huur van € 485.000 in mindering te brengen, waardoor de berekende waarde boven de vastgestelde WOZ-waarde van € 4.943.000 uitkomt. X BV voert geen concrete bezwaren tegen dit koop- en huurcijfer aan. Het hof verklaart het incidenteel hoger beroep gegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 18
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 30 maart
Informatiesoort: VN Vandaag