A, de moeder van belanghebbende (X), overlijdt in 2008. X en haar broer zijn de erfgenamen van A. Tot de nalatenschap van A behoort ook een vordering op Z, de moeder van A. In haar aangifte voor het successierecht waardeert belanghebbende de vordering op Z op nihil, omdat de verhouding tussen A en Z gebrouilleerd was. De inspecteur is het echter niet eens met de waardering van de vordering op Z door belanghebbende. Rechtbank 's-Gravenhage oordeelt dat de neergang van het vermogen van Z vooral plaats heeft gevonden na de overlijdensdatum in 2008. Volgens de rechtbank heeft de inspecteur voldoende gesteld en aannemelijk gemaakt dat het vermogen van Z op de overlijdensdatum groot genoeg was om de schuld geheel te voldoen. De inspecteur heeft de vordering volgens de rechtbank dan ook niet te hoog vastgesteld.
Gerelateerde artikelen
Belastingdienst stuurt jaarlijkse brief over voortzettingsvereiste bij bedrijfsopvolgingsregeling
In de week van 23 april 2026 stuurt de Belastingdienst een brief aan mensen die via een schenking in 2022 een onderneming hebben verkregen en daarbij gebruikmaakten van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR). Vorig jaar stuurde de dienst een vergelijkbare brief maar dan voor schenkingen in 2021.
Is standpunt 'afzien pensioenverevening = schenking' werkbaar in de praktijk?
De Kennisgroep Successiewet heeft in het standpunt KG:063:2026:1 geoordeeld dat sprake is van een
belaste schenking wanneer een echtgenoot bij echtscheiding uit vrijgevigheid afziet van zijn recht op
pensioenverevening en daarvoor geen compensatie ontvangt. In de vakliteratuur en de praktijk is er kritiek op dit standpunt.
Papieren schenkingen aangemerkt als 'opmerkelijke constructie'
De papieren schenking, een schenkconstructie voor kapitaalsoverdracht zonder heffing van schenkbelasting en ter uitholling van de erfbelasting, is door ambtenaren van de Belastingdienst en het ministerie van Financiƫn op de lijst van 'opmerkelijke constructies' gezet. Dat meldt het Financieele Dagblad op haar website.
Legaten cultuurgrond en spaargeld vormen geen ondernemingsvermogen voor BOR
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X met het legaat van een onverdeeld aandeel in cultuurgrond en spaartegoeden geen ondernemingsvermogen als bedoeld in art. 35c SW 1956 verkrijgt en daarom geen bedrijfsopvolgingsvrijstelling van art. 35b SW 1956 kan toepassen, waarbij art. 3.62 Wet IB 2001 geen doorwerking heeft.
Wijzigingen BOR en DSR-ab in de mkb-adviespraktijk
Hoe zit het met rollatorconstructies, de definitie van preferente aandelen en de wijzigingen in de bezits- en de voortzettingseis voor de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) in de Successiewet 1956? En waren er nog interessante wijzigingen ten aanzien van de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting (DSR-ab)? Deze en andere vragen beantwoordt Jos Brauwers (zelfstandig belastingadviseur bij VTBoa Spijkenisse) in een artikel in het Vakblad Financiƫle planning (VFP).
Belastingdienst: aflossing van overbedelingsschuld leidt in principe niet tot schenking
In principe leidt de aflossing van een overbedelingsschuld niet tot een gift. Dat verandert echter, als iemand een schuld onverplicht en voortijdig aflost voor een hoger bedrag dan de contante waarde op het moment van aflossing. Dat meldt de Belastingdienst op het Forum Fiscaal Dienstverleners naar aanleiding van vragen over de onverplichte aflossing van een overbedelingsschuld.
Rekentool 'Waarde going concern berekenen' geactualiseerd voor 2026
Het rekenhulpmiddel 'Waarde going concern berekenen' van de Belastingdienst is actueel gemaakt. Dat meldt de Belastingdienst.