Advocaat Y is via zijn holding, X BV, en dochtermaatschappij Z BV, partner bij een advocatenkantoor. In 2019 wordt Y door A, via een Whatsappbericht, aansprakelijk gesteld voor een geclaimde schade van € 1,5 mln. X BV vormt een voorziening in verband met de aansprakelijkstelling. Volgens de inspecteur kan X BV echter geen voorziening vormen.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X BV geen voorziening kan vormen omdat niet is voldaan aan de criteria uit het Baksteen-arrest (Hoge Raad, 26 augustus 1998, 33417, ECLI:NL:HR:1998:AA2555, V-N 1998/51.15). X BV bewijst namelijk niet dat zij een aansprakelijkstelling kon verwachten. Daarbij acht de rechtbank niet van belang dat A de vermeende onrechtmatige daad door X BV heeft gebaseerd op werkzaamheden van Y voor een derde en dat die werkzaamheden in 2013 en 2014 zijn verricht. Verder merkt de rechtbank nog op dat de stukken die door X BV zijn overgelegd, waarvan zij stelt dat deze verband houden met de aansprakelijkstelling, alle dateren van na 31 december 2017. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 8
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Vennootschapsbelasting, Inkomstenbelasting
Editie: 2 februari
Informatiesoort: VN Vandaag