X levert gas en elektriciteit aan tien tuinbouw-BV's met meerdere productielocaties, die elk een eigen aansluiting hebben. X stelt dat meerdere aansluitingen van één verbruiker voor de energiebelasting als één aangemerkt moeten worden. Door het degressieve tarief resulteert dit in een lagere energiebelasting. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant zijn de afzonderlijke kassen zelfstandige onroerende zaken, zodat er voor de energiebelasting sprake is van meerdere aansluitingen. X gaat in hoger beroep.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de tekst van het besluit van 28 juni 2019 (zie V-N 2019/35.21) niet toelaat dat de inspecteur voor de energiebelasting afwijkt van de gegeven WOZ-beschikkingen. Voor vier productielocaties is sprake van één onroerende zaak. Hierdoor heeft X voor het tijdvak februari 2021 recht op teruggaaf van energiebelasting van in totaal € 45.844. Voor de andere zes BV's zijn de productielocaties geen samenstellen van eigendommen (zie HR 12 september 2025,ECLI:NL:HR:2025:1211, V-N 2025/41.14). Er is onvoldoende geografische samenhang, omdat zij op geruime afstand van elkaar liggen, onafhankelijk van elkaar zijn te gebruiken en afzonderlijk kunnen worden verkocht. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 16
Wet belastingen op milieugrondslag artikel 47
Wet belastingen op milieugrondslag artikel 50
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Waardering onroerende zaken, Milieuheffingen
Editie: 19 maart
Informatiesoort: VN Vandaag