Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting rechtsgeldig blijft. Het hof vermindert wel de aanslag forensenbelasting 2022 van X naar het voor 2019 geldende tarief conform het eerdere arrest van de Hoge Raad.

X woont buiten heffende gemeente Y en is mede-eigenaar van een gemeubileerde woning in Y. De heffingsambtenaar legt voor 2022 een aanslag forensenbelasting van € 3.860 op, op basis van de Verordening forensenbelastingen 2022. Die verordening bepaalt dat per woning een vast bedrag van € 280 geldt vermeerderd met 1,0% van de WOZ-waarde. X gaat in bezwaar en beroep tegen de aanslag. Na het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1178, V-N 2024/41.19, over zijn aanslag 2020 zegt de heffingsambtenaar toe de aanslag 2022 tot het tarief 2019 te verminderen. In geschil is of de aanslag forensenbelasting 2022 verder moet worden verminderd dan het tarief in 2019 en of de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf rechtsgeldig is.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de aanslag forensenbelasting 2022 naar het in 2019 geldende tarief moet luiden en vermindert de aanslag dienovereenkomstig conform het arrest van de Hoge Raad. Voor het overige verwerpt het hof het standpunt van X. De forensenbelasting is een gemeentelijke belasting, zodat art. 104 Grondwet niet geldt. Binnen de kaders van art. 132 Grondwet en de artt. 219 en 223 Gemeentewet mag de gemeentelijke wetgever de WOZ-waarde als heffingsmaatstaf kiezen. Deze tariefstructuur schendt volgens het hof het gelijkheidsbeginsel of andere rechtsbeginselen niet.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 219

Gemeentewet artikel 223

Grondwet artikel 104

Grondwet artikel 132

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 4 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen