X BV is eigenaar van drie onroerende zaken: een terrein met 22 collectieve parkeerplaatsen en twee woningen, een tussenwoning en een eindwoning. De heffingsambtenaar stelt per waardepeildatum 1 januari 2021 de WOZ-waarden vast op respectievelijk € 220.000, € 255.000 en € 264.000 en legt aanslagen OZB 2022 op. X BV gaat in bezwaar en beroep. Beide worden ongegrond verklaard. In hoger beroep onderbouwen partijen hun waarderingen met verkoopcijfers van parkeerplaatsen, referentiewoningen in taxatiematrices en een door X BV overgelegd taxatierapport.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de heffingsambtenaar bij het parkeerterrein ten onrechte uitgaat van afzonderlijk verkoopbare plaatsen, terwijl de 22 parkeerplaatsen op drie percelen liggen en niet verkoopbaar zijn per stuk, zodat hij de waarde niet aannemelijk maakt. X BV onderbouwt haar lagere waardering evenmin met geschikte referenties. Het hof stelt de WOZ-waarde daarom in goede justitie op € 178.000. Voor de tussenwoning acht het hof geen van beide partijen overtuigend over de onderhoudstoestand en bepaalt de waarde in goede justitie op € 245.000. De vastgestelde waarde voor de eindwoning acht het hof aannemelijk. Het hoger beroep is gegrond.
Wetingang:
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Waardering onroerende zaken
Editie: 27 maart
Informatiesoort: VN Vandaag