Belasting Advies in de Praktijk publiceert actuele fiscale jurisprudentie en beleid die zijn voorzien van praktische adviezen en tips. Het is een tweewekelijks blad gericht op de MKB-adviseur. Kijk hieronder voor de actuele inhoudsopgave van het tijdschrift.
Noodzakelijke aanpassingen van te hoge belastingrentepercentages voor de VPB en andere belastingen leiden tot een “lastenrelevante derving” van € 265 miljoen in 2026 en daarna jaarlijks € 145 miljoen. Dit is te lezen in een Kamerbrief van Staatssecretaris Eerenberg van Financiën
De vestigingsplaatsbepaling van art 1.3 Wet MB 2024 is van toepassing op een joint venture en de met de joint venture verbonden partijen en geldt daardoor ook bij de berekening van de bijheffing van een joint venturegroep. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep Pijler 2.
De Hoge Raad oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg geheel moet worden toegerekend aan de rechtbank. Het hof had de Staat moeten veroordelen tot vergoeding van de immateriële schade wegens het overschrijden van de redelijke termijn.
Hof Amsterdam oordeelt dat ook als de vergoeding volgens een volmacht (deels) bij de gemachtigde terechtkomt, X recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het hof corrigeert daarmee de afwijzing van die vergoeding door de rechtbank.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de verrekening van de rekening-courantschuld van X met de stamrechtuitkeringen leidt tot belastbaar inkomen uit werk en woning. De inspecteur wijst het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag IB/PVV 2022 terecht af.
De Hoge Raad oordeelt dat X geen nadere gegevens heeft verstrekt ter voldoening aan de op hem rustende last om te bewijzen dat zijn geval is aan te merken als een bijzonder geval in het kader van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM.
De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever binnen zijn ruime bevoegdheid is gebleven en dat geen sprake is van discriminatie. De verkorting van de looptijd is rechtsgeldig, ook al is geen nieuwe beschikking afgegeven.
Met toepassing van de hardheidsclausule heeft de Minister van Financiën goedgekeurd dat fiscale eenheidsverliezen, die aan een dochtermaatschappij zijn toe te rekenen, na liquidatie van de moedermaatschappij ook na een te laat ingediend verzoek aan de dochtermaatschappij kunnen worden meegegeven.
Een entiteit waarin een uiteindelijke moederentiteit onmiddellijk of middellijk een belang houdt van 100% kan onder voorwaarden kwalificeren als joint venture, ondanks dat bij een 100%-belang in een entiteit geen sprake is van een samenwerkingsverband in gebruikelijke zin. Er wordt namelijk voldaan aan de eis dat sprake moet zijn van een onmiddellijk of middellijk belang van ten minste 50% in die entiteit. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep Pijler 2 over de toepassing van de definitie van joint venture in art. 1.2 lid 1 Wet MB 2024.
Hof Amsterdam oordeelt dat uit de limitatieve opsomming van art. 26a AWR volgt dat X, die voor zichzelf procedeert als cessionaris, niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van deze bepaling.