Indien een natuurlijke persoon 5% of meer van het aandelenkapitaal bezit van een vennootschap of coöperatie, dan heeft deze persoon een aanmerkelijk belang volgens de Nederlandse wet. De voordelen zoals dividend en verkoopwinst uit hoofde van dat aanmerkelijk belang worden belast tegen 25%. De waarde in het economische verkeer van de aandelen, verminderd met de verkrijgingsprijs van de aandelen, wordt belast.

Speciale regels voor immigranten

Indien men echter immigreert in Nederland, dan gelden speciale regels voor immigrerende aanmerkelijk belanghouders. Indien een immigrant een aandelenpakket heeft in een buitenlandse vennootschap, dan zal Nederland niet over de waardeaangroei heffen, omdat dit meestal al in de buitenlandse periode is gebeurd. 

Verkrijgingsprijs

Heeft men in de buitenlandse periode echter Nederlandse aandelen in bezit, dan is niet de waarde ten tijde van immigratie van belang, maar de verkrijgingsprijs. Bij vervreemding van de aandelen wordt dan over de gehele waardeaangroei geheven. Hetzelfde geldt als kort voor de immigratie in Nederland, het aandelenbezit wordt ingebracht in een buitenlandse vennootschap.
 
Een immigrant in Nederland moet dus goed opletten. Bij immigratie zal alleen onder voorwaarden een verkrijgingsprijs gelden die gelijk is aan de waarde in het economische verkeer van de aandelen ten tijde van immigratie (dit noemt men een "step-up"). Heeft de immigrant voorheen in Nederland gewoond, of heeft deze immigrant een pakket aandelen in een Nederlandse BV of NV, dan vindt ten tijde van immigratie een correctie naar beneden plaats. De historische verkrijgingsprijs van de aandelen wordt dan in aanmerking genomen bij  een eventuele vervreemding (dit noemt men een "step-down"); niet dus de waarde in het economische verkeer. 
 
Een voorbeeld: een inwoner van België heeft 100% van de aandelen in een kapitaalvennootschap gekocht voor € 20.000. Ten tijde van immigratie in Nederland is het pakket echter € 100.000 waard. Indien hij kort na immigratie in Nederland de aandelen verkoopt voor € 110.000, dan heft Nederland slechts over de verkoopprijs van € 110.000 - € 100.000 verkrijgingsprijs = € 10.000. Heeft die inwoner van België nu eerder in Nederland gewoond, of betreft het aandelen in een Nederlandse BV dan zou Nederland heffen over € 110.000 - € 20.000 = € 90.000. Voorheen droeg men dan vlak voor immigratie de aandelen in de Nederlandse BV over aan een Belgische BVBA en kreeg men de step-up op de BVBA aandelen. Anti-misbruikwetgeving steekt daar een stokje voor; de verkrijgingsprijs van de aandelen in de BVBA worden verminderd met de waarde van de aandelen in de Nederlandse BV. Soms werkt die anti-misbruikwetgeving niet goed. 

Uitspraak Hoge Raad

In een recente uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad geval ging het om een inwoner van België met aandelen in een BV en aandelen in een BVBA. Enige tijd voor de immigratie in Nederland werden de aandelen in de BV in de Belgische BVBA ingebracht tegen een vordering op de BVBA en aandelen in de BVBA. Deze persoon wenste een step-up te krijgen voor de waarde van de aandelen in de BVBA bij diens immigratie in Nederland in 2006. De Nederlandse inspecteur weigerde een step-up. Hij wilde de waarde van de aandelen in BVBA naar beneden bijstellen (step-down) voor de vaststelling van de verkrijgingsprijs bij immigratie, door de waarde van de aandelen in de BVBA te verminderen met de waardeaangroei van de BV (tot aan het moment van inbreng in die BVBA). 
 
De rechtbank in Breda verklaarde de step-downregeling onverbindend, omdat Nederland volgens het verdrag met België geen heffingsrecht heeft over de waardeaangroei in de buitenlandse (Belgische) periode, dus voorafgaande aan de immigratie in Nederland. Het belastingverdrag wijst het heffingsrecht toe aan het (voormalige) woonland van de aandeelhouder/ aanmerkelijk belanghouder.
 
Uiteindelijk komt de Hoge Raad eraan te pas en oordeelt iets anders dan de rechtbank, maar met hetzelfde resultaat. Volgens de Hoge Raad geldt de Nederlandse regeling alleen in specifieke en aangewezen gevallen (zoals in de Uitvoeringsregeling Wet op de inkomstenbelasting 2001). Het middellijk gehouden aanmerkelijk belang in de BV zoals in casu valt daar niet onder. De Hoge Raad oordeelt dat de verkrijgingsprijs moet worden vastgesteld op basis van de wettelijke hoofdregel in de Wet op de inkomstenbelasting 2001: waarde in het economische verkeer ten tijde van immigratie in Nederland.

Strijd met EU-recht

Helaas spreekt de Hoge Raad spreekt zich echter niet uit over de andere vraag die aan de orde was: strijd met EU-recht. Nederland heeft immers geen heffingsrecht op de aanmerkelijk belangaandelen die een inwoner in het buitenland in bezit heeft.  Nederland creëert echter wel een heffingsrecht door na immigratie de  verkrijgingsprijs naar beneden te stellen en dus de waardeaangroei vóór immigratie wel te belasten bij vervreemding van de aandelen. Daarnaast zou men natuurlijk ook kunnen denken aan het feit dat Nederland het verdrag niet respecteert door de facto te heffen over de buitenlandse periode vóór immigratie en wellicht dus sprake is van handelen in strijd met het verdrag.

Aanpassing wet in 2010

Tot slot. Deze procedure gaat over het jaar 2006. In 2010 is de wet iets aangepast, zij het met een onduidelijkheid waardoor in een soortgelijke zaak als het onderhavige geval voortaan mogelijk wel een step-down bij immigratie in aanmerking moet worden genomen. Een en ander ligt aan de uitleg van de betreffende regeling. Ongetwijfeld zal dat in de toekomst nader worden bepaald in de rechtspraak.

Bron: BDO

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

91

Gerelateerde artikelen