Een werkgever – een installatiebedrijf – stond jarenlang toe dat zijn monteurs in hun vrije tijd tegen betaling bijklusten. Het installatiebedrijf ging het op dat moment voor de wind; de opdrachten stroomden binnen zodat de werkgever er geen moeite mee had dat zijn werknemers een graantje van deze gunstige markt meepikten. Hij faciliteerde de werknemers hier zelfs in. De werkgever stelde voor het bijklussen zijn bedrijfsmiddelen ter beschikking. Het tij keerde echter en de werkgever werd hierdoor (financieel) getroffen. Dit maakte dat hij er niet langer mee kon instemmen dat hem door zijn werknemers concurrentie werd aangedaan.
Eén van zijn werknemers had een eigen klusbedrijf opgericht, waarmee hij feitelijk de werkgever beconcurreerde. Hij weigerde hiermee te stoppen. De werknemer stelde zich op het standpunt dat er in de arbeidsovereenkomst geen verbod op nevenwerkzaamheden noch een concurrentiebeding was opgenomen en dat de werkgever door jarenlang de werkzaamheden te tolereren zijn rechten heeft verspeelt om zich tegen de nevenwerkzaamheden te verzetten. 
 
Niet heel verrassend, oordeelde de Kantonrechter dat het bijklussen van de werknemer in de loop van de tijd een verworven recht is geworden. Nu de werkgever jarenlang had getolereerd dat de werknemer de nevenwerkzaamheden verrichtte en hier ook zijn bedrijfsmiddelen voor ter beschikking heeft gesteld, mocht de werknemer – zo oordeelde de Kantonrechter – zijn werkzaamheden blijven uitvoeren. 
 
De werkgever ging in beroep. Het Hof oordeelde dat indien geen verbod op nevenwerkzaamheden en/of non-concurrentiebeding is overeengekomen, het voor een werknemer in beginsel toegestaan is om nevenwerkzaamheden te verrichten. Echter, het Hof vond dat het handelen van de werknemer niet van "goed werknemerschap" getuigt omdat de werkgever concurrentie werd aangedaan. Vanaf het moment dat de werkgever door de nevenwerkzaamheden werd gehinderd, mocht hij deze verbieden. Het feit dat de werkgever de werkzaamheden jarenlang heeft toegestaan en ook heeft gefaciliteerd, doet daar niet aan af. Het stond de werkgever vrij hierop terug te komen. Kortom, de werkgever kreeg zijn gelijk bij het Hof; de nevenwerkzaamheden dienden door de werknemer te worden gestopt. 

Gevolg voor de praktijk

De uitspraak betreft een uitspraak in kort geding, zodat de uitwerking in de praktijk nog onduidelijk is. Neemt niet weg dat het vonnis voor werkgevers wellicht ruimte biedt om in moeilijke tijden de teugels zogezegd aan te halen. 
 
Indien geen verbod op nevenwerkzaamheden is overeengekomen, maar door de nevenwerkzaamheden de grenzen van het "goed werknemerschap" worden overschreden geeft dit voor de werkgever mogelijkheden de nevenwerkzaamheden te verbieden. De grenzen van het "goed werknemerschap" worden overschreden bij het aandoen van concurrentie van de werkgever of bijvoorbeeld als de nevenwerkzaamheden het functioneren van de werknemer bij de werkgever negatief beïnvloeden.
 
Daarnaast is interessant dat een verandering van omstandigheden bij de werkgever een strijdigheid met het "goed werknemerschap" kan opleveren en de werkgever dus hardere grenzen zou kunnen stellen.  

Wat is een verbod op nevenwerkzaamheden?

Indien u als werkgever uit bovenstaande discussie wilt blijven, dan adviseren wij om in de arbeidsovereenkomst met uw werknemers een verbod op nevenwerkzaamheden op te nemen. 
Een verbod op nevenwerkzaamheden houdt in dat er naast de werkzaamheden bij de werkgever geen andere werkzaamheden mogen worden verricht. Afhankelijk van de formulering van het beding kunnen hieronder betaalde maar ook onbetaalde werkzaamheden vallen. Vaak wordt aan de bepaling toegevoegd dat nevenwerkzaamheden wel zijn toegestaan indien de werkgever hiervoor voorafgaand schriftelijke toestemming heeft verleend. Een strikte bepaling betekent dus niet dat u in de praktijk onverbiddelijk met het verbod moet omgaan.
 
Let wel: een verbod op nevenwerkzaamheden gaat verder dan alleen het voorkomen van concurrentie. Daarnaast ziet het uitsluitend op de periode tijdens dienstverband. Het is dan ook van andere aard dan een zogenaamd non-concurrentiebeding, wat sec betrekking heeft op concurrerende werkzaamheden en ziet op de periode ná het einde van de arbeidsovereenkomst.
 
 

Bron: BDO

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Arbeidsrecht

5

Gerelateerde artikelen