Een belasting op de industriële uitstoot van luchtvervuilende stoffen, zoals stikstofoxiden, zwaveloxiden en fijnstof zorgt voor een vermindering van die uitstoot. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

Een belasting op de uitstoot kan er zelfs voor zorgen dat de vervuilende uitstoot op de lange termijn  grotendeels verdwijnt. De maatschappelijke schade door luchtvervuiling, voornamelijk gezondheidsschade, is volgens het CPB groter dan de kosten voor bedrijven om de luchtvervuiling terug te dringen. Dit staat in een gepubliceerde onderzoek dat dinsdag is verschenen.

Een gerichte belasting werkt volgens het CPB sneller en sterker dan CO2-reductiemaatregelen die pas op de langere termijn worden ingevoerd en niet alle vermijdbare uitstoot van luchtvervuilende stoffen wegnemen. Door de uitstoot te belasten worden bedrijven gedwongen om naar oplossingen te zoeken om de schadelijke uitstoot te verminderen. Daarnaast zijn de kosten van het terugdringen van de uitstoot lager, dan de belasting over die uitstoot. Volgens de onderzoekers is de benodigde technologie om de uitstoot terug te dringen voor een groot deel al beschikbaar in de vorm van bijvoorbeeld filters. De bestaande regelgeving verplicht bedrijven hier nu niet toe, waardoor bedrijven de technologieën nu niet invoeren.

In het onderzoek van het CPB is alleen de uitstoot van staalbedrijven en producenten van basicplastic en kunstmest onderzocht. Voor de sectoren landbouw en verkeer kan een belasting van luchtvervuiling ook overwogen worden. De gevolgen hiervan moeten dan wel eerst nader worden onderzocht.

Bron: CPB

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Milieuheffingen

  252
Gerelateerde artikelen