Onlangs verscheen een nieuw besluit met beleid over de lucratiefbelangregeling in internationale situaties. Rob Cornelisse, hoogleraar belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, vraagt zich af of een beleidsbesluit hier wel de aangewezen weg is voor het oplossen van knelpunten. “Het niet adresseren van goed onderbouwde kritische geluiden uit de vakliteratuur is een gemis en een besluit is prettig, maar als onderdelen van wetgeving niet goed op elkaar aansluiten is de koninklijke weg reparatie door wetswijziging.”

Besluit over lucratief belang

De fiscale spelregels voor een lucratief belang zijn bepaald niet simpel te noemen. Als dan ook nog een emigratie in het spel is, wordt het helemaal ingewikkeld. Met een nieuw besluit verduidelijkt staatssecretaris Vijlbrief van Financiën de internationale aspecten van de lucratief belangregeling in box 1 van de Inkomstenbelasting. “Bij complexe wetgeving is het altijd prettig als Financiën zijn licht laat schijnen op obstakels die in de praktijk zijn geconstateerd en deze vervolgens wegneemt,” merkt Cornelisse op. “Met dit besluit zijn emigrerende lucratiefbelanghouders weer een beetje verder op weg geholpen.”

Gemis aan overtuigingskracht

Naast deze opsteker voor Financiën, is Cornelisse ook kritisch. “Ik vind het een groot gemis dat Financiën in besluiten in het algemeen en meer specifiek in dit besluit over lucratief belang, voorbijgaat aan terechte kritiek in de vakliteratuur. Voor wat betreft het lucratief belang is in de literatuur bijvoorbeeld geconstateerd dat je in verdragssituaties niet zomaar de nationale fictie dat een lucratief belang tot een werkzaamheid behoort, kunt toepassen. Dit terechte punt van kritiek wordt in het besluit niet geadresseerd. Sterker nog, Financiën vindt dat de fictie doorwerkt naar het verdrag, en buigt dit vervolgens zonder enige argumentatie bij in het besluit. Nationaal vinden we dus dat een lucratief belang inkomen uit zelfstandige arbeid (werkzaamheid) vormt, maar voor de verdragstoepassing is het dan ineens inkomen uit niet-zelfstandige arbeid. Ik mis in het besluit de overtuigingskracht voor deze niet consistente doorvoering van deze lucratief belang-fictie in verdragssituaties.”

Binnen het huidige tijdsgewricht past het volgens Cornelisse om de lezers van een besluit te overtuigen van de hierin opgenomen standpunten, zeker als de vakliteratuur tegen-standpunten oppert. “Een ‘wij vinden het ‘a’ en dus is het ook ‘a’’-houding, is niet meer van deze tijd. Die autoritaire houding doet juist afbreuk aan je gezag. Standpunten hoor je in te nemen op basis van overtuigingskracht en niet op basis van macht. Bijkomend gevaar: met zwart-wit standpunten in een besluit geef je de inspecteur geen ruimte om in praktijksituaties water bij de wijn te doen.”

Twee belangrijke tegemoetkomingen

Het besluit bevat twee belangrijke tegemoetkomingen die beide zien op de doorstootverplichting in de lucratiefbelangregeling. Door die doorstootverplichting is onder voorwaarden het voordeel (dividend) uit een lucratief belang niet belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden, maar naar keuze belast in box 2 als inkomen uit aanmerkelijk belang. In het besluit is nu aangegeven dat als nationaalrechtelijk is voldaan aan de doorstootverplichting er ook bij toepassing van een verdrag enkel heffing plaatsvindt in box 2.

Naast deze tegemoetkoming bevat het besluit een goedkeuring zodat kan worden voldaan aan de doorstootverplichting bij verkoop van een Nederlands middellijk lucratief belang na emigratie. “Wetstechnisch loopt dit niet lekker,” legt Cornelisse uit. “Bij emigratie ontvang je een conserverende aanslag voor het onmiddellijk gehouden aanmerkelijk belang in een BV. Voor het lucratief belang is er in beginsel op dat moment geen sprake van een fictieve vervreemding. Verkoop je enige tijd later je aanmerkelijk belang, dan kan dit naar de letter van de wet voor het middellijk gehouden lucratief belang bijten met de voorwaarden van de doorstootverplichting. Het resultaat is een heffing in box 1 in plaats van een box 2-heffing. Door de goedkeuring in het besluit is box 2 toch toe te passen op de vervreemding van het middellijk gehouden lucratief belang na emigratie, ondanks dat de wetgeving op dat punt schuurt.”

Koninklijke weg

Cornelisse geeft aan dat dit niet het enige voorbeeld van schurende wetgeving is. “Er zijn meer punten waarop de lucratiefbelangregeling niet goed aansluit op de aanmerkelijkbelangregeling en vice versa. Zo is het raar dat je onder omstandigheden moet afrekenen bij de grens over je middellijk lucratief belang in box 1, terwijl je tegelijkertijd een conserverende aanslag ontvangt voor het aanmerkelijk belang. Dit leidt potentieel tot dubbele belasting. En zo zijn er meer voorbeelden te noemen van niet goed op elkaar aansluitende wetgeving. Dan kun je die aansluiting wel willen regelen in een besluit, maar de koninklijke weg voor wettelijke mismatches is toch echt reparatie door wetswijziging.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

  903
Gerelateerde artikelen