De inspecteur en ontvanger hebben veel verschillende bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is soms voor belastingplichtigen niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de behandeling van bepaalde verzoeken, of communicatie met de Belastingdienst. De dienst heeft daarom besloten een toelichting te geven op de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van beide functionarissen.

Inspecteur

Heffingsbevoegdheid
De inspecteur is verantwoordelijk voor het heffen van rijksbelastingen. Als onderdeel van deze verantwoordelijkheid heeft de inspecteur de landelijke bevoegdheid tot het vaststellen van de belastingaanslag (artikel 11 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Een inspecteur van bijvoorbeeld belastingkantoor Amsterdam kan dus een aangifte beoordelen van een belastingplichtige uit Eindhoven. Daarnaast stelt de inspecteur voor de Basis Registratie Inkomen (BRI) het juiste verzamelinkomen vast (artikel 21b AWR).

Als de aangifte niet – of te laat – wordt ingediend, of de aangifte wordt onjuist of onvolledig ingediend, dan kan de inspecteur bij het opleggen van de aanslag een boete opleggen (artikel 67a AWR en verder).

Verzoeken om informatie
De inspecteur kan voor het vaststellen van de aanslag uw klant verzoeken om informatie of bewijsstukken in te sturen die betrekking heeft op de ingediende aangifte (artikel 47 AWR). Deze informatieverplichting (lees ook de thema's Informatieverplichting en Informatiebeschikking: stand van zaken) ziet op de gegevens en inlichtingen die voor de aangifte van belang kunnen zijn. Deze gegevens en inlichtingen moeten duidelijk, stellig en zonder voorbehoud aan de inspecteur verstrekt worden (artikel 49 AWR). De belastingplichtige moet zijn medewerking verlenen om de aanslag binnen een redelijke termijn vast te kunnen stellen. Als hij geen medewerking verleent aan een informatieverzoek, dan heeft de inspecteur formele bevoegdheden om alsnog de gevraagde informatie en bewijsstukken boven tafel te krijgen. Zo kan de inspecteur bij een derde partij informatie opvragen (artikel 53 AWR), of een boekenonderzoek instellen (artikel 47 AWR).

Als niet voldaan is aan de informatieverplichting, kan de inspecteur een informatiebeschikking afgeven (artikel 52a AWR).

Ambtshalve verminderen van aanslagen
Naast de verplichting van het vaststellen van aanslagen en het inkomen voor de BRI én de bevoegdheden voor het verkrijgen van informatie, heeft de inspecteur ook de bevoegdheid om een aanslag ambtshalve te verminderen (artikel 65 AWR in combinatie met artikel 23 Besluit Fiscaal Bestuursrecht).

Opleggen navorderingsaanslag
Ook is de inspecteur bevoegd om een navorderingsaanslag (artikel 16 AWR) op te leggen. Lees ook het thema Navordering.

Opleggen boete
Als iemand een aangifte niet - of te laat - indient, of is de aangifte onjuist of onvolledig, dan kan diegene bij het opleggen van de aanslag een boete opleggen (artikel 67a AWR en verder). Lees ook het thema Verzuim- en vergrijpboetes: Een kwestie van verschil.

Beslissen op bezwaar
Wanneer iemand het niet eens is met de (hoogte van de) aanslag dan kan hij bezwaar maken. De inspecteur zal vervolgens op het bezwaar beslissen met een uitspraak op bezwaar. Lees ook het thema Bezwaar: het gesloten stelsel van rechtsbescherming.

Beantwoorden van fiscale vragen
Voor algemene fiscale vragen kan iemand contact opnemen met de BelastingTelefoon via 0800 - 0543. Heeft een adviseur een specifieke fiscale casus van een klant die de BelastingTelefoon niet kan beantwoorden, en wil hij daarvoor een standpunt van de inspecteur, dan de adviseur een verzoek tot vooroverleg indienen bij het belastingkantoor van zijn klant. De inspecteur zal vervolgens daarop reageren.

Overige werkzaamheden
Naast reguliere verzoeken op vooroverleg is de inspecteur ook verantwoordelijk voor bijvoorbeeld het verstrekken van saldoverklaringen, verzoeken voor een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en verzoeken om wijziging aangiftetijdvak voor de omzetbelasting.

Verzoeken voor betalingsregelingen - of uitstel van betaling - horen niet bij de inspecteur thuis, maar bij de ontvanger.

Ontvanger

Inningsbevoegdheid
De ontvanger is verantwoordelijk voor het innen van rijksbelastingen (artikel 3 Invorderingswet (IW)). Op het moment dat de ontvanger de aanslag gaat innen, is de hoogte daarvan al bekend.

Voor het vaststellen of verminderen van een aanslag kan een belastingplichtige zich wenden tot de inspecteur. De ontvanger is hiervoor niet bevoegd.

Definitie belastingschuldige
Voor de invordering wordt degene die de belastingaanslag moet betalen - dus op wiens naam de belastingaanslag is gesteld - belastingschuldige genoemd.

Invorderingsmogelijkheden
De ontvanger heeft voor het invorderen van belastingschulden meer mogelijkheden dan een private schuldeiser en hij beschikt over eigen belastingdeurwaarders. Private schuldeisers moeten zich wenden tot een gerechtsdeurwaarder. Als een belastingschuldige na de betalingstermijn in gebreke blijft, volgt een aanmaning. Als de belastingschuldige ook niet binnen de termijn van de aanmaning betaalt, kan de ontvanger een dwangbevel uitvaardigen. De belastingschuldige moet dan binnen twee dagen betalen. In uitzonderlijke gevallen kan dit dwangbevel per direct uitvoerbaar worden. De ontvanger heeft verschillende mogelijkheden om tot invordering over te gaan.

Open systeem Invorderingswet
De Invorderingswet kent een open systeem: de ontvanger heeft dezelfde middelen tot zijn beschikking als elke andere schuldeiser. Zo kan hij een faillissement aanvragen van een schuldenaar (artikel 1 Faillissementswet).

Daarnaast heeft de ontvanger nog een aantal bijzondere fiscale invorderingsinstrumenten, zoals het bodem(voor)recht (artikel 22 IW), fiscale aansprakelijkstellingen (zie onder meer artikel 36 en 41 IW) en uitgebreide verrekeningsmogelijkheden. De ontvanger heeft vaak voorrang op andere schuldeisers die belastingschuldige in gebreke gesteld hebben (artikel 21 IW). Lees in dit verband ook de thema's Bestuurdersaansprakelijkheid: de gevolgen van kennelijk onbehoorlijk bestuurKeten- en inlenersaansprakelijkheid en Aansprakelijkheid van begunstigden.

Tijdig betalen en uitstel van betaling
Wil een belastingadviseur voorkomen dat zijn klant te maken krijgt met (een van) voornoemde invorderingsmaatregelen, zorg dan dat hij op tijd betaalt of, als dat niet mogelijk is, uitstel van betaling aanvraagt (artikel 25 IW, hoofdstuk IB en verder van de Uitvoeringsregeling invorderingswet en artikel 25 en verder van de Leidraad invordering 2008).

Kwijtschelding
Naast uitstel van betaling kan iemand ook een verzoek doen voor kwijtschelding van belastingen en premies (artikel 26 IW, hoofdstuk II en verder van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet en artikel 26 Leidraad invordering 2008). In bijzondere omstandigheden kan de ontvanger aanslagen geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. Als gevolg van de coronacrisis zijn de mogelijkheden voor het aanvragen van uitstel van betaling of het kwijtschelden van belastingen versoepeld. In het Dossier Coronavirus staat meer informatie over het betalen of ontvangen van belastingen.

Bron: Belastingdienst

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

  466
Gerelateerde artikelen