1. Uitstel van betaling diverse belastingen

Bijgewerkt op 2 april 2020, 21.00 uur

Ondernemers kunnen bijzonder uitstel van betaling kunnen krijgen voor diverse belastingen. De voorwaarden voor het aanvragen van bijzonder uitstel van betaling zijn wegens de coronacrisis versoepeld. Aanvankelijk alleen voor vier soorten, maar de lijst is later uitgebreid.

Belastingsoorten
Het versoepelde uitstel geldt voor de volgende belastingen:

  • inkomstenbelasting;
  • loonbelasting;
  • vennootschapsbelasting;
  • omzetbelasting (btw);
  • kansspelbelasting;
  • assurantiebelasting;
  • verhuurderheffing;
  • milieubelastingen (EB/ODE, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting, belasting op leidingwater);
  • accijns (minerale oliën, alcohol en tabak);
  • verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

De dividendbelasting is expliciet uitgezonderd van het versoepelde uitstelbeleid, omdat het uitkeren van dividenden de liquiditeitspositie van bedrijven juist verzwakt. Het kabinet roept bedrijven op voorlopig geen dividenden uit te keren.

Na ontvangst (naheffings)aanslag
Iedere ondernemer die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen komt in aanmerking voor uitstel van betaling van zijn belastingschuld. Uitstel kan worden aangevraagd nadat aangifte is gedaan en een (naheffings)aanslag is ontvangen.

Per online formulier of brief
Het uitstel kan zowel met een online formulier als per brief worden aangevraagd. Het online formulier 'Verzoek bijzonder uitstel van betaling voor 3 maanden' staat op de website van de Belastingdienst. De toegang is beveiligd met DigiD. Ook als de onderneming een rechtspersoon is moet het DigiD (van een werknemer of fiscaal dienstverlener) gebruikt worden. Het Digid gebruikt de Belastingdienst alleen voor de toegang, het wordt verder niet opgeslagen.

Het verzoek om uitstel van betaling kan ook schriftelijk worden ingediend door een brief te sturen naar:

Belastingdienst
Postbus 100
6400 AC Heerlen

Drie maanden uitstel
Vanaf het moment dat de ondernemer zich meldt, wordt de invordering van zijn belastingschulden voor de genoemde belastingen direct stopgezet. Dat geldt ook voor belastingschulden die al zijn ontstaan voordat de coronacrisis uitbrak. De inhoudelijke beoordeling door de Belastingdienst van het verzoek vindt pas na drie maanden plaats. Dat betekent dat de ondernemer feitelijk meteen uitstel van betaling krijgt.

Het verzoek hoeft ook maar eenmalig te worden gedaan. Het uitstel geldt voor reeds opgelegde aanslagen vanaf de dagtekening van het verzoek om uitstel van betaling en alle nog op te leggen aanslagen in de drie daaropvolgende maanden.

Langer dan drie maanden
Mogelijk is uitstel van betaling voor drie maanden voor ondernemers nog te kort. Ondernemers kunnen ook voor een langere periode dan drie maanden uitstel aanvragen.
Als de belastingschuld lager is dan € 20.000, moeten bewijsstukken worden meegestuurd waaruit blijkt dat de omzetcijfers, bestellingen of reserveringen aanzienlijk zijn gedaald ten opzichte van vorige maanden. Een verklaring van een zogenoemde derde-deskundige is niet nodig.

Bij een hogere belastingschuld dan € 20.000 moet een wel een verklaring van een derde-deskundige worden overgelegd.

De nadere invulling van zowel de lichte bewijslast als de verklaring derde-deskundige maakt de Belastingdienst nog bekend. Een ondernemer die langer dan drie maanden uitstel heeft verzocht, krijgt van de Belastingdienst bericht welke aanvullende gegevens daarvoor nodig zijn. Deze gegevens moet de ondernemer binnen de periode van drie maanden aanleveren.

Geen boete
De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, zodat behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen. Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd de verzuimboete voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien.

Tot 19 juni 2020
Het versoepelde uitstelbeleid geldt tot in ieder geval 19 juni 2020.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 19-3-2020, ongenummerd; brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 2-4-2020, nr. 2020-0000066195; Belastingdienst

2. Deblokkeren g-rekening

Bijgewerkt op 2 april 2020, 21.30 uur

Voor ondernemers met een g-rekening is, naast het tijdelijk versoepelde beleid van uitstel van betaling van een aantal belastingen, een aanvullende maatregel getroffen.

Een g-rekening is een geblokkeerde bankrekening waarmee normaal gesproken alleen de loonheffing en de btw aan de Belastingdienst kunnen worden betaald. Het gaat hier bijvoorbeeld om ondernemers in de uitzendbranche, detachering en de bouw.

Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten, is het nu ook mogelijk om de g-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend voor loonheffingen en/of btw. Hierdoor krijgen deze ondernemers dezelfde liquiditeitsvoordelen als ondernemers zonder g-rekening.

Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst.

Bron: brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 2-4-2020, nr. 2020-0000066195

3. Uitstel energiebelasting/ODE

Bijgewerkt op 2 april 2020, 21.15 uur

Het kabinet wil de heffing van de energiebelasting (EB) en/of de heffing van Opslag Duurzame Energie (ODE) voor bedrijven tijdelijk uitstellen. Het uitstel wordt zodanig vormgegeven dat dit leidt tot meer liquiditeit bij de grotere zakelijke klanten van de energieleveranciers.

De staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst zal in een nog bekend te maken beleidsbesluit het volgende goedkeuren.

Uitstel van EB/ODE
Bij leveringen van aardgas en elektriciteit wordt de EB en de ODE geheven van de energieleverancier. De energieleveranciers worden voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april, mei en juni 2020 de EB en ODE alsmede de btw hierover, op een later moment verschuldigd dan normaal. Het gaat dan om leveringen waarvoor de energieleverancier factureert zonder voorschotten of – als toch sprake is van voorschotten – de eindfactuur ziet op een kalendermaand. Uitgangspunt hierbij is dat de energieleverancier voor leveringen in de maanden april, mei en juni 2020 geen EB, ODE en btw hierover, in rekening brengt bij haar klanten. Hiermee kan aan klanten uitstel van betaling van de EB en ODE worden geboden.

In oktober 2020 worden de EB en ODE, vermeerderd met de btw hierover, via een aanvullende factuur alsnog in rekening gebracht aan de klanten en verschuldigd door de energieleveranciers.

De meeste energieleveranciers gaan naar verwachting het goedkeurende beleid uitvoeren. Alleen kleine energieleveranciers zullen dit waarschijnlijk om uitvoeringstechnische redenen niet doen.

Het kabinet onderzoekt nog of voor de EB en de ODE aanvullende afspraken moeten worden gemaakt voor zogenoemde oninbare vorderingen. Dit met het oog op mogelijke financiële risico’s voor de energieleveranciers als (een deel) van de uitgestelde EB en ODE oninbaar blijkt door de coronacrisis.

Niet voor kleine bedrijven en particulieren
De goedkeuring geldt niet voor leveringen door energieleveranciers waarbij het tijdvak van de eindfactuur op een langere periode dan een kalendermaand ziet. Dit gaat onder meer om de situatie waarbij de energieleverancier maandelijks een voorschotbedrag van zijn klant ontvangt en die klant jaarlijks een eindafrekening stuurt, zoals gebruikelijk is bij particulieren en kleinere bedrijven.

Mocht een dergelijk bedrijf of particulier door de coronacrisis in betalingsproblemen komen, dan dient deze zich te wenden tot hun energieleverancier voor een individuele regeling.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; brief staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst 2-4-2020, nr. 2020-0000066195

4. Tijdelijke verlaging belastingrente/invorderingsrente

Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur

Om de liquiditeit van ondernemers verder te ondersteunen heeft het kabinet de invorderingsrente en belastingrente verlaagd. Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen heeft het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden.

Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente was op 17 maart 2020 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen. Ook de belastingrente wordt tijdelijk verlaagd naar 0,01%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Belastingdienst

5. Verlaging voorlopige aanslag IB/Vpb 2020

Bijgewerkt op 30 maart 2020, 09.55 uur

Ondernemers die een lagere winst over het boekjaar 2020 verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen.

Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

De Belastingdienst kan alleen verzoeken in behandeling nemen die volgens de officiële kanalen zijn ingediend. Dat is via de portals van de Belastingdienst, een officieel formulier dat te downloaden is van de website van de Belastingdienst of via commerciële aangiftesoftware. Een verzoek per e-mail wordt niet in behandeling genomen.

Bron: brief kabinet noodpakket economie en banen 17-3-2020, nr. CE-AEP/20077147; Belastingdienst

6. Uitstel aangifte inkomstenbelasting

Bijgewerkt op 25 maart 2020, 9.50 uur

Particulieren die een aangiftebrief van de Belastingdienst hebben gekregen waarin staat dat ze aangifte inkomstenbelasting 2019 moeten doen, hebben daar tot 1 mei 2020 de tijd voor. Haalt men deze deadline niet, bijvoorbeeld door de coronacrisis, dan kan uitstel worden aangevraagd. Dit kan eenvoudig online via Mijn Belastingdienst, door te bellen naar de Belastingtelefoon of door het Formulier “Uitstel aanvragen” te downloaden van de site van de Belastingdienst, in te vullen en op te sturen. Bij fiscaal partnerschap moet voor beide partners apart uitstel worden aangevraagd.

De Belastingdienst heeft voor burgers die gebruik maken van hulp bij de aangifte inkomstenbelasting 2019 en voor wie de afspraken vanwege de maatregelen rond de corona-uitbraak afgezegd moesten worden, gezorgd dat zij automatisch uitstel krijgen tot 1 september 2020. Hier hoeven zij niets voor te doen. Alleen eventuele fiscaal partners van mensen die een beroep hadden gedaan op hulp bij aangifte dienen wel zelf uitstel aan te vragen.

Ook vakbonden en andere maatschappelijk dienstverleners helpen burgers bij het doen van aangifte. Ook zij hebben hun afspraken met burgers afgezegd. Deze partijen kunnen voor hun cliënten ook uitstel aanvragen bij de Belastingdienst. Waar het om grotere aantallen cliënten gaat, faciliteert de Belastingdienst dit door uitwisseling van de burgerservicenummers via een beveiligde verbinding.

Als de aanslag niet voor 1 juli 2020 kan worden vastgesteld door dit uitstel, moet de Belastingdienst belastingrente in rekening brengen, als de uiteindelijke aanslag resulteert in een te betalen bedrag. Het tarief van de belastingrente voor de inkomstenbelasting wordt vanaf 1 juli 2020 tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%.

Bron: brief minister van Financiën beantwoording van schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over de Incidentele Suppletoire Begroting Financiën voor het economische noodpakket Corona 24-3-2020, nr. 2020-0000059533

7. Coulance deadlines WBSO-mededeling en aanvraag S&O-verklaring

Bijgewerkt op 1 april 2020, 21.15 uur

Mededeling
Een werkgever die in 2019 een S&O-verklaring van de WBSO heeft ontvangen moest normaal gesproken uiterlijk 31 maart 2020 een mededeling aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) doen. De mededeling kan nu nog tot en met 15 juni 2020 worden gedaan zonder dat de RVO de mededeling als te laat beschouwt of een boete oplegt. In de mededeling moet de werkgever een opgave doen van de gerealiseerde uren speur- en ontwikkelingswerk (S&O) en eventuele gemaakte kosten en uitgaven over het jaar 2019.

Een zelfstandig ondernemer in de inkomstenbelasting die de S&O-aftrek toepast, hoeft geen mededeling te doen.

Aanvraag WBSO vanaf 1 april 2020
Ook de uiterste termijn voor het indienen van een aanvraag van WBSO vanaf 1 april 2020 is opgeschoven. De aanvraag moet nu uiterlijk 5 april 2020 bij de RVO binnen zijn, in plaats van 31 maart 2020.

Bron: nieuwsbericht Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) 30-3-2020

8. Lokale belastingen

Bijgewerkt op 26 maart 2020, 21.50 uur

Gemeenten
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) adviseert gemeenten als een aanslag gemeentelijke belastingen is opgelegd, uitstel van betaling te geven of een gespreide betalingsregeling treffen. Dit kan gebeuren op verzoek van individuele belastingschuldigen, maar er kan ook een beleid worden gevoerd voor bepaalde categorieën (bijvoorbeeld horecaondernemers) en voor bepaalde heffingen (bijvoorbeeld precario terrassen).

Op het gebied van de invordering en kwijtschelding van belastingen heeft de VNG als uitgangspunt dat gemeenten het Rijksbeleid volgen, tenzij de (lokale) omstandigheden een ander beleid rechtvaardigen of noodzakelijk maken. Rijksbeleid is dat iedere ondernemer die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen, van de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling van zijn belastingschuld krijgt.

Het Rijk heeft vanaf 23 maart 2020 bij beleidsbesluit het percentage voor te betalen invorderingsrente tijdelijk verlaagd van 4% naar 0,01%. Omdat de wet niet wijzigt, geldt het percentage van 0,01% niet automatisch ook voor gemeenten. Als de gemeente het rijksbeleid wil overnemen, dan adviseert de VNG om hierover als gemeente ook een beleidsbesluit te nemen. Het verlagen van belastingtarieven, het afschaffen van belastingen of het toepassen van de hardheidsclausule is volgens de VNG een ingrijpende maatregel die altijd nog (met terugwerkende kracht) kan worden overwogen. Uitstel van betaling, een betalingsregeling of het op een later tijdstip binnen de driejaarstermijn opleggen van belastingaanslagen biedt op korte termijn soelaas voor ondernemers, waardoor niemand door de lokale heffingen nu in de problemen hoeft te komen.

Waterschappen
Met een uitgebreid pakket aan maatregelen leveren ook de waterschappen een bijdrage om ondernemers door de coronacrisis te loodsen. Ondernemers die door de coronacrisis de waterschapbelastingen niet kunnen betalen krijgen uitstel van betaling.

De meest voorkomende maatregelen van de waterschappen zijn:

  • Er wordt coulant omgegaan met verzoeken om uitstel van betaling. Ondernemers en zzp-ers die aangeven dat ze hun belastingaanslag als gevolg van de crisis niet op tijd kunnen betalen, krijgen bij de meeste waterschappen uitstel van betaling, meestal voor een periode van drie tot zes maanden.
  • Er worden soepele betalingsregelingen getroffen.
  • Veel waterschappen betalen facturen sneller, ruim voor de vervaldatum.
  • Al het beheer en onderhoud, de uitvoering van projecten en de voorbereiding van nieuwe projecten gaan zoveel mogelijk door.

Bron: Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Unie van Waterschappen