Het box 3-plan van staatssecretaris Snel van Financiën is met gemengde gevoelens ontvangen. Spaarders zijn blij, maar beleggers aanzienlijk minder. Edwin Heithuis denkt er het zijne van. Wat hem betreft is het plan 'too little too late'.

Contouren

Op vrijdag 6 september ontvouwde Snel zijn hervormingsplan voor box 3. Per 2022 gaat de belasting op spaargeld fors omlaag. Vanaf dan wordt, mits het totaal aan bezittingen meer is dan ongeveer € 30.000, een splitsing gemaakt tussen spaargeld en overig beleggingsvermogen. Voor spaargeld gaat een forfaitair rendement gelden van 0,09%. Daarmee sluit het kabinet beter aan bij het werkelijke spaarrendement. Of dat ook geldt voor beleggingsvermogen is maar de vraag, want voor de overige bezittingen gaat een forfaitair rendement gelden van 5,33%. En schulden krijgen hun eigen debetrente van 3,03%. De precieze percentages zullen te zijner tijd nog wijzigen, maar ze geven nu wel enige richting.

De twee forfaitaire rendementen voor bezittingen bij elkaar opgeteld minus de forfaitaire debetrente voor schulden resulteert in een totaal aan box 3-inkomen. Daarvan wordt nog een heffingvrij inkomen van € 400 per (fiscaal) partner afgetrokken. Wat overblijft, is het belastbare box 3-inkomen waarover niet de huidige 30% belasting moet worden betaald, maar 3 procentpunt hoger, 33%. Het box 3-plan moet namelijk wel budgetneutraal uitpakken.

Gemengde gevoelens

In de media is het box 3-plan met gemengde gevoelens ontvangen. Spaarders zullen opgelucht zijn. Na een jarenlange strijd gaan zij eindelijk minder belasting betalen over hun spaargeld. Sterker nog, blijft het spaargeld onder de € 440.000 (€ 880.000 voor partners), dan zijn zij zelfs geen cent van hun spaargeld meer aan box 3-belasting kwijt. Beleggers daarentegen, waaronder ook de bezitter van een tweede woning of van vastgoed, komen er bekaaid vanaf, zeker als er ook nog geleend geld in het spel is. En het heffingvrij vermogen van thans zo’n € 30.000 is nu nog een echte vrijstelling, maar dat wordt een fatale grens.

Te laat

Heithuis, hoogleraar fiscale economie aan de UvA en verbonden aan BDO, is positief gestemd over de nieuwe box 3-vormgeving, ondanks het verschil in forfaitaire rendementen voor spaar- en beleggingsvermogen. Tegelijkertijd vindt hij dat de hervorming ruim te laat komt. “Dit had al veel eerder moeten gebeuren! We zitten al jarenlang te soebatten over box 3 en met de minimale aanpassing vanaf 2017 zijn we ook niet veel opgeschoten. Al jaren zijn spaarders te grazen genomen. Hoe zit dat met een tegemoetkoming aan deze groep voor de teveel aan box 3-heffing die in het verleden is geheven? Krijgen zij daarvan iets terug? Daarover lees ik niets in de brief.”

Dat Snel spaarders pas in 2022 tegemoetkomt met een hervorming van box 3, vindt Heithuis veel te laat. “Financiën is het aan spaarders moreel verplicht om in elk geval voor hen het plan zo snel mogelijk, wat mij betreft al per 1 januari 2020, in te laten gaan. Het kan niet zo zijn dat spaarders nu nog eens twee jaar vastzitten aan een veel te hoge box 3-heffing, vanwege de drogreden dat de computers van de Belastingdienst een eerdere wijziging niet kunnen verwerken. Computers staan ten dienste van de mens, niet omgekeerd.”

Een sympathieke knip

Snel wil met de ingangsdatum van 1 januari 2022 ook een handelingsperspectief bieden voor belastingplichtigen die met het nieuwe stelsel juist meer box 3-heffing verschuldigd zullen zijn. Dat zijn de beleggers. Heithuis heeft hier begrip voor. Daarom stelt hij een ‘knip’ voor. “Knip het hele plan in tweeën. Voer het nieuwe box 3-systeem voor spaarders al in op 1 januari 2020 en voor beleggers pas in 2022. De laatste groep heeft zo nog ruim twee jaar de tijd om zich aan de stelselwijziging aan te passen.”

Van te weinig naar genoeg

Heithuis realiseert zich dat deze ‘knip’ geld kost, maar ziet hierin geen probleem. “In tijden van hoogconjunctuur kan de overheid best een fiscale veer laten. Er komt nu meer dan genoeg belastinggeld binnen, waarvoor de overheid geen andere bestemming heeft dan verlaging van de staatsschuld, die al historisch laag is. Dat het box 3-plan van de staatssecretaris budgetneutraal moet zijn, is een dogma. Dat is helemaal niet nodig. We lezen ook regelmatig in de krant dat van economen de staatsschuld best een stukje hoger mag zijn. We zitten met onze staatsschuld al ruim binnen de marge van 60% die de EU ons oplegt.”

“En laat om dezelfde reden het box 3-belastingtarief ongewijzigd op 30% in plaats van die verhoging naar 33%,” vervolgt Heithuis. “De overheid is de spaarders ook wel iets verplicht. Zij heeft in het verleden veel te veel geheven. Dan mag er nu best iets worden teruggegeven, zou ik zeggen.”

Niet één maar twee peildata

Met anti-arbitragemaatregelen wil Snel voorkomen dat zijn box 3-plan leidt tot peildatumarbitrage tussen de twee vermogenscategorieën sparen en beleggingsvermogen (overige bezittingen) binnen box 3. Een nadere uitvoering volgt, maar Heithuis hoopt dat de vereiste anti-arbitragewetgeving niet weer te ingewikkeld wordt. “Laat angst nu eens niet de raadgever zijn. Kom niet al direct met allerlei ingewikkelde regels om te voorkomen dat beleggingsvermogen rond de peildatum tijdelijk wordt omgezet in spaargeld en vice versa. Kies in plaats daarvan voor een relatief simpele benadering. Al jaren bepleit ik om in box 3 uit te gaan van twee peildata, 1 januari en 1 juli. Willen mensen dan binnen box 3 belasting besparen door bijvoorbeeld effecten om te zetten in spaargeld, dan zullen zij dat dus twee keer moeten doen, eenmaal vóór 1 juli en eenmaal vóór 1 januari. Dat kost dus twee keer geld. Twee keer per jaar handelingen verrichten tegen dito kosten, daar heeft de gemiddelde belastingplichtige over het algemeen geen zin in. Bij het boxhoppen zien we dat nu ook al. Belastingplichtigen brengen hun vermogen wel vanuit box 3 in bijvoorbeeld een bv in box 2, maar zelden na zes maanden weer terug naar box 3. Te veel gedoe. En mocht toch blijken dat rondom de peildatum binnen box 3 massaal wordt gearbitreerd, dan kunnen alsnog verdergaande tegenmaatregelen worden getroffen. Maar ga nu niet al gelijk allerlei ingewikkelde anti-peildatumarbitragemaatregelen verzinnen. Zie eerst even aan hoe het zich ontwikkelt.”

Pikante constatering

Snel wil zijn nieuwe box 3-plan invoeren per 1 januari 2022. Dat is dezelfde inwerkingtredingsdatum als geldt voor het wetsvoorstel ‘excessief lenen bij eigen vennootschap’, waarmee aanmerkelijkbelanghouders box 2-belasting gaan betalen voor zover ze meer dan € 500.000 hebben geleend van hun bv. Toeval of niet? Heithuis doet deze pikante constatering. “Zo’n 11.000 dga’s hebben een bovenmatige schuld bij hun bv. Een groot deel heeft dat geld in box 3 belegd in vastgoed. Om straks heffing in box 2 te voorkomen, herfinancieren dga’s nu en masse hun schuld bij de bv met een lening bij de bank. Maar die dga mag dus straks maar 3,03% van zijn schuld aftrekken in box 3, terwijl zijn vastgoed wordt belast met 5,33%. Deze dga wordt in 2022 dus dubbel gepakt: hij krijgt in box 2 een heffing voor het surplus van de schuld bij de bv boven € 500.000 én hij krijgt een hogere box 3-heffing. Daar gaat je oudedagsvoorziening.”

Maak schoon schip

Wat Heithuis nog mist in het hele box 3-plan is de eigen woning. “Maak nu schoon schip,” luidt zijn advies. “Laten we de eigen woning nu eindelijk eens overhevelen naar box 3, want daar hoort de woning naar zijn aard in thuis. De tijd voor overheveling is nu ook rijp. De eigenwoningrenteaftrek is toch al niets meer waard. De hypotheekrente is historisch laag en de aftrek wordt nog minder, doordat deze rente in box 1 over een paar jaar nog maar aftrekbaar is tegen het eerste schijftarief van afgerond 37%. Met een overheveling naar box 3 kan eindelijk het gedrocht van een eigenwoningregeling, die volstrekt onuitvoerbaar is, de prullenbak in met een dito vereenvoudiging voor de Belastingdienst.”

“De eigen woning kan in box 3 meedoen met de overige bezittingen maar dat hoeft niet,” geeft Heithuis aan. “Wenst men de eigen woning in box 3 soepeler te belasten, dan kan dat door in box 3 de eigen woning als derde categorie bezittingen toe te voegen, met een voor de eigen woning eigen forfaitair rendement, bijvoorbeeld iets tussen dat voor spaargeld en de overige bezittingen in. Dit percentage kan ook hetzelfde zijn als het debetrentepercentage voor schulden, dus die 3,03%. Dan loopt de eigen woning voor zover die is gefinancierd met een lening, zonder heffing door box 3. Maar men kan ook denken aan een aparte box 3-vrijstelling voor de eigen woning, bijvoorbeeld tot aan de NHG-grens van pakweg € 300.000, en daarboven het percentage voor de overige bezittingen van 5,33%. Nu we onderscheid gaan maken tussen verschillende bezittingen in box 3, kan de eigen woning hier vrij eenvoudig worden ingepast, afhankelijk van de politieke wensen. Maar ik zou wel zeggen: houd het simpel en uitvoerbaar.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Rubriek: Inkomstenbelasting

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

  3208
Gerelateerde artikelen