Nederland moet nieuwe btw-regels voor e-commerce invoeren. De regels volgen uit de Europese richtlijn elektronische handel en moeten ingaan per 1 januari 2021. Doel is het herstellen van concurrentieverhoudingen en het tegengaan van fraude met afstandsverkopen. Dat zijn nobele doelen, vindt Madeleine Merkx. Succes is echter niet gegarandeerd. De praktijk is weerbarstig en controle en uitvoering spelen parten.

Goede ontwikkeling

De nieuwe btw-regels voor e-commerce zijn opgenomen in het conceptwetsvoorstel tot implementatie btw elektronische handel. De hiervoor gestarte consultatieronde loopt nog tot en met 30 oktober 2019. De komst van nieuwe regels is niet verwonderlijk, gelet op de enorme toename aan verkopen via internet de afgelopen jaren. Aanpassing en vernieuwing is dan ook een goede ontwikkeling, want de bestaande btw-regelgeving voor e-commerce werkt concurrentieverstorend. Dat zegt btw-specialiste Madeleine Merkx (partner bij BDO en professor aan de Erasmus Universiteit). “De particulier die bij een Chinese webwinkel een telefoonhoesje koopt, betaalt nu geen btw. Hij of zij profiteert van de vrijstelling voor kleine zendingen van maximaal € 22. Koopt de particulier hetzelfde telefoonhoesje bij een Nederlandse ondernemer dan betaalt hij hierover wel btw. Daar komt nog bij dat webwinkels uit niet EU-landen handig gebruikmaken van de vrijstelling voor kleine zendingen. Het gevolg is dat veel goederenpakketjes van buiten de EU zijn ondergewaardeerd.”

Geen vrijstelling meer voor kleine zendingen

De vrijstelling voor kleine zendingen tot maximaal € 22 van buiten de EU komt met de nieuwe btw-regels te vervallen. Merkx verduidelijkt dat voor pakketjes buiten de EU twee belastbare feiten gelden: de invoer en de levering. “De levering is altijd belast in het land van de consument. Doordat de vrijstelling voor kleine zendingen vervalt, is ook de invoer belast. Om dubbele heffing bij de consument te voorkomen, introduceert het voorstel een nieuwe invoerregeling voor pakketjes met een waarde van niet meer dan € 150. De naam van deze regeling is enigszins misleidend omdat deze niet ziet op de invoer zelf maar op de btw bij levering. Deze invoerregeling houdt in dat de leverancier voor pakketjes van buiten de EU de verschuldigde btw kan aangeven via een nieuw één-loket-systeem. Voor de invoer van de goederen geldt dan een btw-vrijstelling. De ondernemer die hier niet voor kiest, kan voor de aangifte en de betaling van de btw bij de invoer van kleinere pakketjes tot € 150 eventueel gebruikmaken van de bijzondere regeling voor post- en koeriersbedrijven.”

Van vertrek naar bestemming

Met de nieuwe btw-regels voor e-commerce vervallen per 1 januari 2021 ook de drempels voor afstandsverkopen binnen de EU. Deze drempels (Nederland hanteert bijvoorbeeld een jaarlijkse omzetdrempel van € 100.000) bepalen nu nog waar de btw is verschuldigd: in de lidstaat van aankomst of in de lidstaat van vertrek. Vanaf 2021 is altijd btw verschuldigd in het land van aankomst ongeacht de jaarlijkse omzetdrempel. Ondernemers zijn hierdoor btw verschuldigd naar het tarief van de lidstaat waar de consument woont.

Om de administratieve lasten te beperken mogen ondernemers de in een andere EU-lidstaat verschuldigde btw in hun eigen lidstaat aangeven en betalen via het al bestaande één-loket-systeem (MOSS-aangifte). Kleine ondernemers gevestigd in één lidstaat met een totale jaarlijkse omzet aan afstandsverkopen binnen de Unie van minder dan € 10.000, ontspringen de dans. Zij zijn nog steeds btw verschuldigd in hun eigen lidstaat tegen het daar geldende tarief. “In principe vergemakkelijken de nieuwe regels de afstandsverkopen binnen de EU,” aldus Merkx. “Maar voor de Nederlandse ondernemer die meer dan € 10.000 aan omzet genereert en onder de huidige jaarlijkse omzetdrempel van € 100.000 blijft, nemen de administratieve lasten linksom of rechtsom wél toe. Deze ondernemer moet dadelijk buitenlandse btw over zijn internetverkopen berekenen en MOSS-aangifte doen. Wil hij dat niet, dan zal hij btw-aangifte moeten doen in alle lidstaten waar hij goederen levert aan consumenten.”

Controle en uitvoering

Het schrappen van de btw-vrijstelling voor kleine zendingen vermindert het risico op fraude door een te lage aangifte bij invoer om maar niet boven de € 22-grens uit te komen. Maar of de nieuwe btw-regels ook daadwerkelijk leiden tot een gelijke concurrentie voor ondernemers in de e-commerce van binnen en buiten de EU valt te betwijfelen. Merkx: “Het blijft interessant om pakketjes onder te waarderen, al was het alleen maar om minder btw af te dragen dan de verschuldigde btw over de werkelijke waarde. De waardering van kleine pakketjes blijft dus fraudegevoelig evenals het doen van een juiste aangifte. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat hier niet of nauwelijks op wordt gecontroleerd. De samenwerking tussen lidstaten daarin is niet goed. Hoe gaan we die uitvoering in goede banen leiden? Dat is een lastig vraagstuk waarvoor de nieuwe btw-regels geen adequate oplossing bieden.”

Platformproblematiek

Merkx ziet ook uitvoeringsproblemen voor platforms. “Om grip te krijgen op de controle of het juiste btw-bedrag wel is berekend, wordt bij internetverkopen via een platform in bepaalde gevallen het platform verantwoordelijk voor de btw-voldoening wanneer deze de levering aan de consument faciliteert. Ik begrijp deze nieuwe btw-plicht bij fictie, maar veel is nog onduidelijk. Zo is de definitie van een platform heel ruim geformuleerd. Het moet gaan om een elektronische interface zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel. En in een nog aan te nemen Uitvoeringsverordening wordt onder faciliteren het volgende verstaan: het in contact brengen van afnemer en leverancier dat resulteert in een goederenlevering via het platform.”

“Bijkomend probleem is dat er te weinig rekening wordt gehouden met de verschillende businessmodellen van platforms,” vervolgt Merkx. “Zo zijn er platforms waar de betaling van de internetaankopen door de consument niet via het platform loopt, denk bijvoorbeeld aan eBay. Dergelijke platforms moeten met de nieuwe btw-plicht de btw van de consument innen. Hoe moeten zij dit voor elkaar krijgen? En last but not least is daar een aansprakelijkheidsprobleem. Voor het aangeven van het juiste btw-bedrag op een goederenlevering is het platform afhankelijk van de leverancier van het goed. Als die leverancier onjuiste btw-informatie verstrekt dan heeft het platform de last om te bewijzen dat het hier niet van op de hoogte was (niet wist of behoorde te weten). Gezien de afhankelijke positie van platforms vind ik deze bewijslast vrij ver gaan.”

 


Zie voor een uiteenzetting van de nieuwe btw-regels ook de hierover verschenen TaxVisions-video.

Bron: Redacteur Marit Muller

Informatiesoort: Interviews, Nieuws

Focus: Focus

Rubriek: Omzetbelasting

Carrousel: Carrousel

  1020
Gerelateerde artikelen