In hoeverre is de doorschuiffaciliteit van toepassing als een ter beschikking gesteld vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen gaat behoren?

Doel van de doorschuiffaciliteit

Over het resultaat uit overige werkzaamheden wordt belasting geheven in box 1 van de inkomstenbelasting. Bij staking van een werkzaamheid dient u af te rekenen over de stille reserves in vermogensbestanddelen die u hebt ingezet ten behoeve van de werkzaamheid.
 
Een werkzaamheid kan geleidelijk uitgroeien tot een volwaardige onderneming. Formeel is er dan sprake van staking van de werkzaamheid, waarna een nieuwe onderneming wordt gestart. Een afrekening in die situatie is volgens de wetgever onwenselijk. Daarom kunt u de stille reserves via een doorschuiffaciliteit zonder tussentijdse afrekening (geruisloos) in de onderneming inbrengen.
 
De Hoge Raad heeft zich recent gebogen over de vraag of de doorschuiffaciliteit ook geldt voor een ter beschikking gesteld vermogensbestanddeel, dat op enig moment tot het ondernemingsvermogen van een belastingplichtige gaat behoren.

Van maatschap naar VOF

Belanghebbende en haar schoonzus zijn voor de onverdeelde helft eigenaar van een hoeve. De landbouwgronden en opstallen bij de hoeve worden verpacht aan hun beider echtgenoten. De echtgenoten exploiteerden tot in 2010 in maatschapsverband een akkerbouwbedrijf. De pachtopbrengst werd in box 1 verantwoord als resultaat uit overige werkzaamheden.
 
Op 30 maart 2010 hebben de broers de maatschap omgezet in een VOF. Vervolgens zijn belanghebbende en haar schoonzus per 1 januari 2011 toegetreden tot deze VOF. De pachtovereenkomst is blijven doorlopen.

Afrekenen of niet?

In de aangifte inkomstenbelasting 2011 heeft belanghebbende de inkomsten uit de VOF aangegeven als winst uit onderneming. Haar aandeel in de hoeve heeft zij daarbij als buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen aangemerkt.
 
In geschil is of belanghebbende in verband met het niet langer van toepassing zijn van het resultaatsregime moet afrekenen over haar aandeel in de meerwaarde van de hoeve. Volgens Rechtbank Zeeland-West Brabant is de doorschuiffaciliteit ook in deze situatie van toepassing. De inspecteur heeft dus ten onrechte boekwinst in aanmerking genomen.

Ondernemerschap mogelijk maken

De Hoge Raad kiest in lijn met de uitspraak van de rechtbank voor een ruime uitleg. Uit de wetsgeschiedenis blijkt volgens de Hoge Raad niet dat de wetgever de doorschuiffaciliteit heeft willen beperken tot de situatie waarin het verrichten van arbeid op enig moment uitgroeit tot een volwaardige organisatie van arbeid en kapitaal. Ook een wijziging in de context van een werkzaamheid zoals in deze situatie, waarbij een belastingplichtige gerechtigd wordt tot de onderneming waaraan zij vermogen ter beschikking stelt, valt onder de reikwijdte van de doorschuiffaciliteit van art. 3.99 Wet IB 2001.
De gekozen ruime uitleg sluit aan bij de bedoeling van de wetgever om zoveel mogelijk economische belemmeringen weg te nemen voor het bereiken van ondernemerschap.
 
 

Bron: Deloitte CTRL

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

30

Gerelateerde artikelen