Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur terecht de geclaimde aftrek heeft beperkt tot de betaalde erfpachtcanons. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klacht niet tot cassatie kan leiden.

De zaak (10 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:609 Hof Amsterdam, 23 juli 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2937) verloopt als volgt. Een vrouw koopt een lidmaatschap van een woonvereniging. Door de koop heeft zij het exclusieve gebruik van een flat verkregen. De maandelijkse contributie aan de vereniging bedraagt € 180.

Op het terrein waar het flatgebouw op staat, is een recht van erfpacht gevestigd. Bij haar aangifte inkomstenbelasting brengt de vrouw de volledige contributie in aftrek als periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal en beklemming voor de eigen woning. De inspecteur corrigeert de aangifte.

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur terecht de aftrek heeft gecorrigeerd. De woonvereniging doet diverse uitgaven die deze doorberekent aan de vrouw. Daaronder vallen ook kosten voor de erfpacht. Uit de administratie van de woonvereniging blijkt dat in de contributie een bedrag van € 113 is opgenomen voor de kosten van erfpacht. Het hof oordeelt dat aan de vrouw een aftrek toekomt van € 113 voor kosten voor erfpacht. Voor het overige zijn de betalingen aan de vereniging niet aftrekbaar.

Belang voor de praktijk

De vrouw is in cassatie gegaan bij ons hoogste rechtscollege. De Hoge Raad heeft met een verwijzing naar artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie in deze zaak geoordeeld dat de aangevoerde klacht niet tot cassatie kan leiden en niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Daarmee blijft het oordeel van Hof Amsterdam in stand.

De uitspraak van Hof Amsterdam is in overeenstemming met de wetgeving en daarom niet verrassend. Artikel 3.120, lid 1, Wet IB 2001 bepaalt dat de aftrekbare kosten voor een eigen woning het gezamenlijke bedrag is van:

  1. de renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld;
  2. de kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld;
  3. de periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal en beklemming voor de eigen woning.

In het licht van de besproken zaak kan het bij de advisering van klanten die een lidmaatschap in een woonvereniging verwerven, interessant zijn om te onderzoeken of er in de contributie van de vereniging erfpachtcanon is opgenomen. Als dat het geval is kan het betreffende deel bij de aangifte inkomstenbelasting in aftrek worden gebracht.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: Nieuws

  247
Gerelateerde artikelen