Vanaf 2015 verdwijnt het keuzerecht binnenlandse belastingplicht. Daarvoor in de plaats komt de regeling van kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Welke gevolgen heeft dit?

De Wet IB 2001 noemt twee soorten belastingplichtigen: binnenlandse en buitenlandse belastingplichtigen. De Wet IB 2001 merkt als binnenlands belastingplichtige aan diegene die in Nederland woont. Buitenlands belastingplichtig is de persoon die niet in Nederland woont, maar wel Nederlands inkomen geniet.

Als buitenlands belastingplichtige kun je geen eigenwoningrente aftrekken. Ook kun je geen stortingen voor lijfrentevoorzieningen aftrekken. En zo zijn er nog wel meer verschillen. Om toch eigenwoningrente en stortingen voor lijfrentevoorzieningen fiscaal in aanmerking te nemen, kan de buitenlands belastingplichtige kiezen voor binnenlandse belastingplicht. De voordelen daarvan zijn (onder andere):

  • toepassing van de eigenwoningregeling, dus aftrek van eigenwoningrente,
  • aftrek van lijfrentestortingen,
  • aftrek van persoonsgebonden aftrekposten (bijvoorbeeld alimentatie, scholingsuitgaven), en
  • toepassing van heffingskortingen.

Behalve het voordeel van deze aftrekposten heeft het maken van de keuze voor binnenlandse belastingplicht ook nadelen. De Belastingdienst betrekt dan namelijk het volledige inkomen in de Nederlandse heffing, ongeacht de eventuele belastingheffing in het woonland.

Kort gezegd komt het er op neer dat deze keuze voor binnenlandse belastingplicht vooral interessant is voor grensarbeiders. Dat wil zeggen, mensen die bijvoorbeeld in België of Duitsland wonen maar hun inkomen (nagenoeg) geheel in Nederland verdienen.

2015

Vanaf 2015 wordt het anders. De wetgever schaft de keuzeregeling met ingang van 2015 namelijk af. Daarvoor in de plaats komt de regeling van kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Om met ingang van 2015 een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige te zijn moet iemand aan de volgende drie eisen voldoen:

  1. iemand moet een inwoner zijn van een EU-lidstaat, een land binnen de Europese Economische Ruimte, Zwitserland of de BES-eilanden, én
  2. het inkomen is voor 90% of meer onderworpen aan de loonbelasting of de inkomstenbelasting in Nederland óf het inkomen en dat van de partner is voor 90% of meer onderworpen aan de loonbelasting of de inkomstenbelasting in Nederland; én
  3. er moet een inkomensverklaring van de belastingautoriteit van het woonland worden verstrekt.

Iemand komt alléén in aanmerking voor de voordelen van de kwalificerende buitenlandse belastingplicht als diegene aan alle drie de eisen voldoet.

Als iemand met ingang van volgend jaar geen kwalificerende buitenlands belastingplichtige is, gaan de genoemde voordelen verloren. Het is een goede zaak om de gevolgen van het vervallen van de keuze voor binnenlandse belastingplicht te onderzoeken en waar nodig en mogelijk in actie te komen.

Het vervangen van de binnenlandse belastingplicht door de regeling van de kwalificerende buitenlandse belastingplicht vloeit voort uit het Belastingplan 2014, Staatsblad 2013, 565.

 

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Internationaal belastingrecht

70

Gerelateerde artikelen