Begin juli is de Hoge Raad omgegaan. Niet langer gelden er in fiscale boetezaken afwijkende bewijsregels wanneer het bezwaar of beroep tegen de boetebeschikking te laat is ingediend. De uitspraak is begrijpelijk, vindt Diana Jansen, "maar zolang de Belastingdienst en feitenrechters standaard de geloofwaardigheid van de belastingplichtige in twijfel trekken, zet de Hoge Raad met deze koerswijziging de belastingplichtige bij voorbaat op een één-nul achterstand."

Bewijsregels

Wie stelt dat zijn bezwaar onterecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding, draagt hiervoor de bewijslast. Deze bewijsregel geldt standaard voor de belastingaanslag, maar tot voor kort niet voor de opgelegde fiscale boete. Sinds een arrest van 22 juni 1988 gelden voor een termijnoverschrijding in boetezaken afwijkende bewijsregels. Om de toegang tot de rechter te waarborgen besliste de Hoge Raad destijds dat als een belastingplichtige bij een te laat ingediend bezwaar tegen een fiscale boete stelt dat deze termijnoverschrijding niet aan hem is te wijten, de rechter de boetezaak in behandeling zal nemen, tenzij de onjuistheid van die stelling wordt bewezen. De belastingplichtige heeft met andere woorden in boetezaken wel een stelplicht maar niet de bewijslast. Zo was het althans, want in het in juli van dit jaar gewezen arrest zet de Hoge Raad een streep door deze afwijkende bewijsregels. Voortaan gelden voor fiscale boetes dezelfde bewijsregels als voor de belastingaanslag.

Nadelige koerswijziging

Met een streven naar rechtseenheid in het bestuursrecht en een verwijzing naar de rechtspraak over verkeersboetes en niet-fiscale bestuursrechtelijke boetes, rechtvaardigt de Hoge Raad zijn koerswijziging. De afwijkende bewijsregels voor fiscale boetes blijven nog wel gelden voor bezwaar- en beroepschriften hiertegen die zijn ingediend vóór 1 augustus 2019. Dat is een doekje voor het bloeden want belastingplichtigen zijn door de koerswijziging een stukje slechter af, met name in de situatie van een niet per post ontvangen belastingaanslag/boete.

Jansen, fiscaal advocaat en eigenaar van Tax Studio, verduidelijkt dit als volgt: “Het komt voor dat een belastingplichtige te laat bezwaar maakt omdat hij simpelweg de belastingaanslag/boete niet per post heeft ontvangen. In dat geval geldt de bewijsregel dat als de inspecteur over het juiste adres beschikt en aannemelijk is dat de belastingaanslag is verzonden, dit een vermoeden van ontvangst rechtvaardigt. Tot 1 augustus leidde dit vaak tot de situatie dat het bezwaar tegen de belastingaanslag om die reden niet-ontvankelijk werd verklaard, maar het bezwaar tegen de boete, vanwege de afwijkende bewijsregel, wel als tijdig werd aangemerkt (partiële ontvankelijkheid). Met de stelling van belastingplichtige dat hij te laat bezwaar heeft gemaakt omdat hij de belastingaanslag/boetebeschikking niet per post heeft ontvangen, werd de boetezaak alsnog inhoudelijk behandeld. Dat bood een opening om de belastingaanslag als grondslag van de boete alsnog in het geding te brengen. Die route is door de koerswijziging van de Hoge Raad nu helemaal afgesneden.”

Geloofwaardigheid

Jansen snapt dat de Hoge Raad omwille van rechtseenheid een streep zet door de afwijkende bewijsregels bij fiscale boetes. In haar ogen schort het echter aan de uitvoering. “Het punt is dat belastingplichtigen die aangeven dat zij de belastingpost niet hebben ontvangen en daardoor te laat zijn met bezwaar en beroep, te snel door de inspecteur en de rechter niet worden geloofd. Met de argumentatie ‘U heeft toch ook andere post ontvangen’ wordt de stelling van de belastingplichtige te gemakkelijk gepareerd. Het komt immers regelmatig voor dat de postbode de post op een verkeerd adres in de straat bezorgt. En getuige het Laren-verhaal is het ook niet ondenkbaar dat belastingpost de weg naar de juiste brievenbus helemaal niet vindt. Als bij voorbaat de geloofwaardigheid van de belastingplichtige in twijfel wordt getrokken, komt de effectieve toegang tot de rechter in het gedrang. Als je de belastingaanslag niet per post hebt ontvangen dan kun je geen ander bewijs leveren dan enkel de ontkenning dat je het poststuk echt niet hebt gehad. En als je dan als belastingplichtige niet wordt geloofd, dan is dat heel frustrerend.”

Jansen pleit er dan ook voor dat inspecteurs en rechters belastingplichtigen geloven als zij consistent en van het begin af aan aangeven de belastingaanslag/boetebeschikking niet te hebben ontvangen. “Geef de belastingplichtige het voordeel van de twijfel. Het is niet zo dat daarmee de boete van tafel is. Er is enkel toegang tot een inhoudelijke behandeling van de boetezaak en dat is toch de bedoeling van een bezwaar of beroep?”

Bron: Redacteur Marit Muller

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

  793
Gerelateerde artikelen