Het afgeven van inkomensverklaringen voor het bepalen van inkomensafhankelijke huurverhogingen is niet onrechtmatig. Dat heeft de rechtbank in Den Haag geoordeeld in een bodemprocedure die de Woonbond had aangespannen tegen onder meer de Belastingdienst en een Amsterdamse woningstichting.
Vanaf 2013 hebben huishoudens met een bruto jaarinkomen vanaf 33.600 euro een inkomensafhankelijke huurverhoging gekregen. Om het inkomen te kunnen vaststellen, maakten verhuurders gebruik van inkomensverklaringen van de Belastingdienst.
 
Begin 2016 oordeelde de Raad van State dat de verstrekking van die gegevens onrechtmatig was. Het was strijdig met de privacywetgeving. Daarom eiste de Woonbond dat de huurverhogingen werden teruggedraaid. Na de uitspraak van de Raad van State werd de wet veranderd en werd de Belastingdienst verplicht de inkomensverklaring toch af te geven.
 
Het kabinet voerde de inkomensafhankelijke huurverhoging in 2013 in om het zogenoemde scheefwonen tegen te gaan. Dat is een situatie waarin mensen in goedkope huurwoningen genoeg verdienen om door te kunnen stromen naar duurdere huisvesting.
 
De Woonbond noemde destijds de inkomensafhankelijke huurverhoging de 'gluurverhoging' en berekende de schade voor de huurders op 365 miljoen euro.
 

Bron: ANP

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Bronbelasting

1

Gerelateerde artikelen