Bij de top van de G20 in Rome hebben de regeringsleiders van de deelnemende landen zaterdag hun fiat gegeven aan de instelling van een minimumtarief van 15% voor de winstbelasting die multinationals moeten betalen. Het minimumtarief moet een einde maken aan belastingontwijking door bedrijven.

Begin deze maand gingen 136 landen al akkoord met een grootscheepse hervorming van het internationale belastingstelsel, na langdurige onderhandelingen die werden geleid door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De landen hebben onder meer afgesproken dat multinationals vanaf 2023 minimaal 15 procent belasting gaan betalen, ongeacht het land waar ze zijn gevestigd.

Enkele dagen na de deal spraken de ministers van Financiën van de G20-landen zich al positief uit over de voorstellen. De nieuwe regels moeten in 2023 ingaan.

De goedkeuring van het belastingakkoord lijkt volgens persbureau Bloomberg, dat zich onder meer baseert op ingewijden, een van de weinige wapenfeiten te worden van de G20-top in Rome. De samengekomen leiders zullen waarschijnlijk weinig progressie boeken met andere prominente kwesties. Dan gaat het bijvoorbeeld om het klimaatbeleid en schuldverlichting voor armere landen. De G20 is de groep van negentien belangrijke industrielanden en de Europese Unie.

Internationale hulporganisatie Oxfam had eerder geen goed woord over voor het belastingakkoord, onder meer vanwege de uitzonderingen. Het afgesproken minimumtarief voor winstbelastingen kan door sommige rijke landen ook worden aangegrepen om de belastingen te verlagen.

Strafheffingen

Ook legden de Europese Unie en de Verenigde Staten hun conflict over aluminium en staal bij, waardoor Europese en Amerikaanse fabrikanten grotendeels zijn verlost van strafheffingen. Een aanstaande verhoging van Europese tegenheffingen, op onder meer motorfietsen van Harley-Davidson en spijkerbroeken van Levi Strauss is daarmee van de baan. De deal moet beide grootmachten beter wapenen tegen het overaanbod van staal uit vooral China.

Vanuit de Europese Unie wordt de export naar de VS wat verhoogd, meldt de Amerikaanse minister van Handel Gina Raimondo. Verantwoordelijk Eurocommissaris Valdis Dombrovskis bevestigde dat het handelsconfict is "gepauzeerd" en beide handelsblokken gaan samenwerken om wereldwijd duurzame productie van staal en aluminium te bevorderen.

Het conflict stamt uit de periode dat president Donald Trump nog aan de macht was in de VS. Hij voerde in het voorjaar van 2018 importheffingen in van 25 procent op staal en 10 procent op aluminium uit vrijwel alle landen ter wereld. Daarop stelde Brussel tegenheffingen in, op onder meer motorfietsen en spijkerbroeken. In mei schortte de EU een forse verhoging van de strafheffingen op tot begin december.

Die oorspronkelijke heffingen blijven vooralsnog van kracht. Het is juridisch maar ook politiek niet gemakkelijk voor Trumps opvolger Joe Biden om van de strafheffingen af te komen. Die werden ingevoerd onder het mom van de nationale veiligheid met als argument dat goedkope importen de Amerikaanse industrie de nek zou omdraaien.

Dombrovskis waarschuwde eerder dat uiterlijk begin november een overeenkomst nodig is. Anders zou het niet meer lukken om alle interne besluitvormingsprocessen in de EU nog te doorlopen voor de gestelde deadline. Hij liet weten dat Biden en Von der Leyen de overeenkomst zondag in Rome nader toelichten.

De Europese Commissie heeft Trumps importtarieven altijd sterk veroordeeld. De VS willen de invoer van Europees staal en aluminium het liefst nog steeds beperken, kwam onlangs naar voren uit een voorstel in de onderhandelingen. De Amerikanen opperden om invoerheffingen aan quota te koppelen. Een bepaalde hoeveelheid staal en aluminium mag dan tegen een gunstig tarief de grens over, maar alles daarboven krijgt te maken met hogere importkosten bij de douane.

Bron: ANP/Bloomberg

Rubriek: Vennootschapsbelasting, Internationaal belastingrecht

Informatiesoort: Nieuws

Carrousel: Carrousel

  271
Gerelateerde artikelen