Advocaat-generaal Wattel concludeert in een procedure voor de Hoge Raad dat het fiscaalrechtelijk mogelijk is een eigenwoningschuld op de vorige woning mee te nemen naar de nieuwe woning, zolang op die oude woning maar de eigenwoningregeling van toepassing is.

De zaak (27 juni 2019, nr.18/04508, ECLI:NL:PHR:2019:713) verloopt als volgt. Een echtpaar heeft een eigen woning. Hierop rust een hypotheekschuld van € 725.000. In 2009 verhuist het echtpaar naar een nieuwe woning. De oude woning staat te koop. Voor de financiering van de nieuwe woning leent het echtpaar ruim anderhalf miljoen euro. Een verbouwing betalen zij uit eigen middelen. De totale kosten van de nieuwe woning komt daarmee uit op ruim 2,2 miljoen euro. Volgens de man is de eigenwoningschuld voor de nieuwe woning ruim 1,67 miljoen euro. Een deel van de lening voor de oude woning is volgens hem namelijk overgegaan naar de nieuwe woning.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is een deel van de lening voor de oude woning hergebruikt voor de nieuwe woning. Dat is gebeurd op 1 januari 2013. Op dat moment eindigt de verhuisregeling voor de oude woning (fictieve vervreemding; art. 3.111 lid 2 Wet IB 2001). Die is op dat moment overgegaan naar box 3. De staatssecretaris is het niet eens met dit hofoordeel en gaat in cassatie.

In de procedure voor de Hoge Raad concludeert advocaat-generaal Wattel dat het mogelijk is dat de eigenwoningschuld van de oude woning meegaat naar de nieuwe woning. De bestaande rechtspraak staat hier niet aan in de weg. Het is nu van belang na te gaan wannéér de oude lening is overgegaan op de nieuwe woning. Volgens Wattel moet dat zijn gebeurd vóór 2013. Het echtpaar heeft ook altijd gesteld dat dit vóór 2013 is gebeurd, maar het moet nog onderzocht worden of dat ook echt het geval is. Om die reden adviseert Wattel de Hoge Raad om de zaak te verwijzen.

Belang voor de praktijk

Het oordeel van het hof is terug te voeren op onderdeel 3.5.1 van het besluit van 10 juni 2010, DGB2010/921. Daarin staat dat een woningeigenaar zijn eigenwoningschuld bij vervreemding van de woning kan meenemen naar een nieuwe eigen woning. Maar in dit geval is de woning helemaal niet vervreemd. Daarom is de goedkeuring volgens Wattel niet aan de orde.

De rechtspraak staat zoals gezegd aan het meenemen van de eigenwoningschuld niet in de weg. Zelfde conclusie, andere motivering. Wattel verwijst hierbij in het bijzonder naar twee arresten van de Hoge Raad:

  1. Hoge Raad van 24 februari 2006, nr. 39 961, ECLI:NL:HR:2006:AV2335; en
  2. Hoge Raad van 24 februari 2006, nr. 40 011, ECLI:NL:HR:2006:AV2336.

Als de Hoge Raad de zaak terugverwijst naar een hof en de conclusie luidt dat de lening is meegenomen vóór de verhuizing van de oude woning naar box 3, dus vóór 2013, dan heeft dat gevolgen voor de bijleenregeling. De eigenwoningschuld op de oude woning is dan bij de fictieve vervreemding immers lager en de eigenwoningreserve daardoor automatisch hoger. Deze eigenwoningreserve heeft dan weer gevolgen voor de maximale hoogte van de eigenwoningschuld voor de nieuwe woning.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

  282
Gerelateerde artikelen