Het Gerecht oordeelt dat de robotarm van Kinova niet is aan te merken als een prothese. De apparatuur die onder GN-post 9021 wordt ingedeeld wordt namelijk gekenmerkt door het feit dat zij in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen, dan wel wordt ingeplant.
De Europese Commissie wil uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling fiscaal aantrekkelijker maken zodat Europa beter kan concurreren met zijn belangrijkste handelspartners. Verder stelt de Commissie voor de renteaftrek te verruimen, waardoor bedrijven makkelijker geld kunnen lenen. Dat schrijft het FD.
Advocaat-generaal Brkan concludeert dat ter zake van een boot die voor een reparatie in Duitsland vanuit Zwitserland naar Duitsland wordt vervoerd, sprake is van een invoer waarvoor BTW bij invoer is verschuldigd. Dat de boot weer wordt uitgevoerd zonder dat het als vervoermiddel in Duitsland is gebruikt, is niet van belang.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Portugese IMT niet valt binnen de werkingssfeer van art. 6 lid 1 onderdeel b EG-richtlijn 2008/7. Volgens het Hof van Justitie is namelijk niet voldaan aan de voorwaarde dat de overdracht van activa anders dan met aandelen wordt vergoed.
Het Gerecht oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat Hongarije voorwaarden stelt aan de uitoefening van het recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte BTW over een periode die reeds aan een belastingcontrole is onderworpen.
Het Gerecht oordeelt dat het begrip ‘eigen behoeften’ niet ziet op de verkrijging van de Poolse tabakswaren door A en B met de bedoeling om deze kosteloos over te dragen aan hun familieleden in Duitsland. De hoeveelheid over te dragen tabakswaren is daarbij niet van belang.
Het Hof van Justitie oordeelt dat Slowakije voor de vaststelling van het pensioen van mijnwerker BD rekening moet houden met de tijdvakken tussen 1 januari 1993 en 31 augustus 1995. In deze periode heeft BD namelijk als mijnwerker in ondergrondse mijnen gewerkt in Tsjechië.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat Italië fiduciaire mandaten die worden afgesloten door fiduciaire vennootschappen naar Italiaans recht worden gerekend tot ‘andere soorten juridische constructies’ in de zin van art. 31 MLD4.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de Portugese regeling, die voorziet in een automatische opschortende werking van beroepen tegen besluiten tot terugvordering van onrechtmatige steun, buiten toepassing moet worden gelaten.
De Hoge Raad is niet verplicht een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie wanneer een beroep op het Unierecht niet noodzakelijk is voor de oplossing van een aanhangig geschil, bij een acte éclairé of een acte clair.