Het door de Belastingdienst gebruikte systeem voor het registreren van fraude heeft voor heel wat ellende gezorgd. Wie op deze in de volksmond genoemde ‘zwarte lijst’ staat, is mogelijk de dupe geworden van risicoselectie- en profilering. Niet alleen burgers zijn harder aangepakt dan nodig. Dit lot treft ook bedrijven. Maar daar waar aan de burger grote openheid wordt beloofd, staan bedrijven in de kou.

Dat moet anders, vindt Ivo Leenders die fiscaal advocaat is bij VOI advocaten. “Als we het dan toch over méér transparantie hebben, geef dan ook aan bedrijven die willen weten of zij in een fraudesignaleringssysteem geregistreerd staan eenzelfde inzagerecht als burgers.”

Nieuwe ophef

Het onderzoek naar de effecten van het inmiddels buiten werking gezette fraudesignaleringssysteem FSV op burgers en bedrijven is nog in volle gang. Opnieuw is ophef ontstaan. Uit een interne werkinstructie blijkt dat burgers met een FSV-registratie ‘melding fraudepost’ en een toeslag- of belastingschuld boven de € 10.000 konden fluiten naar minnelijke schuldsanering. Een verzoek hiertoe werd, ongeacht of de burger te goeder trouw was, zonder pardon afgewezen.

FSV-inzageverzoek

In een recente Kamerbrief spreken demissionair staatssecretarissen Vijlbrief en Van Huffelen van Financiën over een onacceptabele werkwijze die nu niet meer wordt toegepast. Op hun verzoek brengt de Belastingdienst alle burgers in kaart die door deze werkwijze zijn geraakt. In diezelfde Kamerbrief beloven beide staatssecretarissen iedereen die in het FSV-systeem stond te informeren. Ook geven zij aan dat in de tussentijd voor burgers de mogelijkheid blijft bestaan om bij de Belastingdienst een FSV-inzageverzoek in te dienen.

Maar kunnen bedrijven ook een dergelijk verzoek indienen? Per slot van rekening is registratie in een fraudesignaleringssysteem zoals FSV een signaal dat aanleiding kan zijn voor verscherpt toezicht. “Ook als bedrijf wil je weten welke informatie erover jou is vastgelegd,” zegt Leenders. “Misschien staat in FSV of in andere nog in gebruik zijnde systemen voor het signaleren van fraude wel onjuiste, irrelevante, onvolledige of achterhaalde bedrijfsinformatie. Als je daar geen weet van hebt, kun je je hier ook niet tegen verweren.”

In de kou

Om inzage te krijgen in de door de Belastingdienst vastgelegde gegevens in FSV kunnen burgers hun rechten uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming, afgekort AVG, inroepen. Nu ziet het AVG op persoonsgegevens. Hoe zit het dan met het recht op inzage van bedrijven, zoals bv’s en andere rechtspersonen? Uit navraag bij het Ministerie van Financiën blijkt dat dat recht ver te zoeken is. Bedrijven kunnen zich nergens op beroepen. Alhoewel antwoorden op Tweede Kamervragen over inzage in het FSV-systeem anders doen vermoeden, staan zij in de kou. Voor rechtspersonen is er volgens het ministerie helemaal geen inzagerecht.

Antwoorden

Een woordvoerder van het ministerie verduidelijkt dat ondernemers die natuurlijke personen zijn, oftewel IB-ondernemers, dezelfde inzagerechten hebben die de AVG biedt aan burgers. Een rechtspersoon daarentegen kan geen beroep doen op het inzagerecht uit de AVG. Gegevens van een rechtspersoon zijn immers bedrijfsgegevens en geen persoonsgegevens. Wil de rechtspersoon dus weten of zij ten onrechte op een of andere ‘zwarte lijst’ staat vermeld, dan valt dit buiten de reikwijdte van de AVG.

Er is nog wel een indirecte escape, zo blijkt uit de antwoorden van de woordvoerder. Gegevens van rechtspersonen (bedrijfsgegevens) kunnen informatie bevatten over natuurlijke personen die aan de rechtspersoon verbonden zijn, bijvoorbeeld als bestuurder. Dergelijke gegevens gelden als persoonsgegevens van die natuurlijke persoon en daarop is het inzagerecht van de AVG wél van toepassing.

Mosterd na de maaltijd

Het Ministerie van Financiën wijst ook nog op de Algemene wet bestuursrecht (AWB). Deze wet bevat het recht op inzage van op de zaak betrekking hebbende stukken, als een bedrijf opkomt tegen een opgelegde aanslag of een al dan niet voorgenomen boetebeschikking. Dat inzagerecht is in dit verband mosterd na de maaltijd, vindt Leenders. “Je wilt juist als bedrijf van tevoren weten of je als fraudeur staat geregistreerd in een intern systeem van de Belastingdienst. Want als die gegevens niet juist zijn, dan heb je nog een kans om dat te corrigeren voordat de inspecteur hier verkeerde gevolgen aan verbindt.”

Geen garantie voor succes

Een beroep op de privacybepalingen uit het Handvest van EU-grondrechten om zo alsnog als bedrijf een FSV-registratie boven water te krijgen, biedt geen garantie voor succes. Volgens het Ministerie van Financiën bieden deze bepalingen geen opening. Het recht op behoorlijk bestuur uit dit handvest is geregeld in de AWB, laat de woordvoerder weten, en het daarin opgenomen inzagerecht is een ander recht dan het recht op inzage onder de AVG.

Maar daar waar volgens het ministerie de EU-bescherming van persoonsgegevens geen soelaas biedt voor een FSV-inzageverzoek van een bedrijf, is Leenders iets positiever gestemd. Hij wijst onder meer op het feit dat volgens vaste rechtspraak van het EU Hof de privésfeer van zowel natuurlijke personen als rechtspersonen dient te worden beschermd. “In een recent arrest van 6 oktober 2020 heeft het EU Hof dit nogmaals bevestigd,” aldus Leenders. “In de daaraan voorafgaande conclusie van Advocaat-Generaal Kokott van 2 juli 2020 werd nog overwogen dat de bescherming van persoonsgegevens en het recht van inzage in de verzamelde gegevens weliswaar niet ziet op rechtspersonen, maar dat deze rechtsbescherming wel ook aan rechtspersonen zou moeten worden geboden. Het lijntje naar een FSV-inzageverzoek is dun, maar het is er in elk geval één.”

Handelwijze

Leenders merkt op dat de AVG een uitvloeisel is van de Europese privacyregels uit onder andere het EU-Handvest. “Ondanks dat de AVG enkel ziet op persoonsgegevens en op personen, kun je je dus afvragen of voor rechtspersonen niet overeenkomstig de AVG moet worden gehandeld. De Belastingdienst doet dit intern in elk geval wel, althans zegt dat intern te doen. Uit het Handboek Douane volgt namelijk dat de Belastingdienst ook voor het verwerken van bedrijfsgegevens de AVG hanteert. Daarbij tekent de Belastingdienst wel aan dat dit geen externe werking heeft. Maar als je intern handelt in de geest van de AVG, waarom dan ook niet extern? Helaas blijkt het juist deze externe werking te zijn die nodig is om de Belastingdienst zover te krijgen om intern kritisch te worden op de verwerking van gegevens en het voldoen aan wettelijke eisen.”

Transparantie en rechtsstatelijk handelen

Alle handvesten ten spijt is het triest gesteld met het recht van bedrijven op inzage in FSV en andere fraudesignaleringssystemen. Voor een overheid die naar aanleiding van de toeslagenaffaire meer transparantie toezegt, vindt Leenders dit onbegrijpelijk. “Geef ook bedrijven toegang tot de over hen geregistreerde bedrijfsgegevens als daarom wordt gevraagd. Terughoudendheid is hier niet op z’n plaats. Op het moment dat je burgers of bedrijven ontzegt om kritisch te kijken, hou je als overheid wellicht systemen of intern beleid in stand dat in strijd is met wet- en regelgeving. En neem openheid van zaken mee in de contouren van de nieuwe fraudeaanpak van de Belastingdienst. Dan handel je als overheid rechtsstatelijk. En na alle aanhoudende kritiek is de tijd nu toch echt wel aangebroken dat de Belastingdienst zijn zaakjes op orde krijgt.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

  2193
Gerelateerde artikelen