Na Rechtbank Gelderland stelt ook Hof Arnhem-Leeuwarden de Belastingdienst in het gelijk in een zogenoemde Edelweisszaak. Het hof oordeelt dat de in artikel 66 SW opgenomen onbeperkte navorderingsbevoegdheid niet in strijd is met het Europese recht.

Onder de term Edelweissroute wordt de situatie verstaan dat een erflater verzwegen buitenlands vermogen bezit. Dit vermogen is wel bekend bij de executeur, maar niet bij de erfgenamen. Bij overlijden vermeldt de executeur niets hierover in de aangifte erfbelasting.

Na twaalf jaar informeert de executeur de erfgenamen over het verzwegen vermogen en vindt verdeling van het vermogen plaats over de erfgenamen. In het verleden kon de fiscus na het verstrijken van de (verlengde) navorderingstermijn van twaalf jaar niet meer navorderen. Dit achtte de wetgever ongewenst en daarom is met ingang van 1 januari 2012 in de wet voor dit soort situaties een verlengde navorderingstermijn in de (successie)wet opgenomen, met een verplichting tot aangifte door de executeur.

De naam Edelweissroute bij een erfenis verwijst oorspronkelijk naar zwart geld in Zwitserland dat bij de afwikkeling van de erfenis wordt verzwegen. Inmiddels valt hieronder al het zwarte geld op een buitenlandse rekening dat voor de fiscus wordt verzwegen om zo minder erfbelasting te betalen.

De zaak

In 2000 is de vader van belanghebbende overleden. Tot de nalatenschap behoren buitenlandse banktegoeden die niet in de aangifte voor het recht van successie zijn opgenomen. Belanghebbende heeft in 2014, met een beroep op de inkeerregeling, de Belastingdienst geïnformeerd over deze tegoeden. De navorderingsaanslag recht van successie is in 2016 opgelegd.

Rechtbank Gelderland heeft in haar uitspraak van 30 januari 2018 de Belastingdienst in het gelijk gesteld. De Belastingdienst mocht de navorderingsaanslag recht van successie – 16 jaar na het overlijden – opleggen. De belastingplichtige is van deze uitspraak in hoger beroep gegaan.

Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd en eveneens de Belastingdienst in het gelijk gesteld. Artikel 16 van de AWR bepaalt dat de navorderingsbevoegdheid na 12 jaar vervalt. Artikel 66 van de SW bepaalt per 1 januari 2012 dat voor de heffing van erfbelasting – in afwijking van artikel 16 van de AWR – de navorderingsbevoegdheid niet vervalt.

Unierecht

Uit de wetsgeschiedenis heeft het hof afgeleid dat de onbeperkte navorderingsbevoegdheid is ingevoerd om de Edelweissroute onmogelijk te maken. De onbeperkte navorderingsbevoegdheid is niet in strijd is met het legaliteitsbeginsel.

In het Unierecht bestaat een algemeen rechtsbeginsel waarmee belastingplichtigen zich niet door middel van misbruik en fraude kunnen beroepen op het Unierecht. Hiervan is volgens het hof sprake. Verder is de navorderingsaanslag niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM opgelegd. Evenmin is artikel 63 VWEU geschonden; de vrijverkeersbepalingen zijn immers geen vrijbrief voor misbruik en fraude.

Informatieplicht voor erfgenamen

De aangifteplicht vanaf 1 januari 2012 leidt ertoe dat de executeur het zwarte vermogen moet opgeven. Mocht de executeur toch niet de gehele nalatenschap aangeven, dan is er nog artikel 10c van het Uitvoeringsbesluit SW.

Deze bepaling voorkomt dat de erfgenamen achterover kunnen leunen zodra zij van het zwarte vermogen weten. Dit artikel verplicht de erfgenaam namelijk om uit eigen beweging de Belastingdienst te informeren over het zwarte vermogen in de vorm van een mededeling. Voor het doen van de mededeling wordt gebruik van een modelformulier voorgeschreven. Doen zij deze mededeling niet dan volgt er een vergrijpboete.

Bron: Rechtspraak.nl/Vakstudie

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Schenk- en erfbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

  655
Gerelateerde artikelen