Bij afkoop van een nieuw regime lijfrente is revisierente ook verschuldigd over het onbelaste saldodeel. Dat oordeelt Rechtbank Noord-Nederland.

De zaak verloopt als volgt. Van de lijfrente die de man in 2000 heeft afgesloten heeft hij van de totale premie een bedrag van
€ 4.929 niet afgetrokken. Dit vormt het onbelaste saldo. Na de afkoop van zijn lijfrente in 2018 is hij van mening dat er ten onrechte revisierente in rekening is gebracht over het onbelaste saldo in zijn lijfrente.

Revisierente wordt in rekening gebracht omdat in het verleden genoten lijfrentepremieaftrek later wordt teruggenomen, vanwege schending van de regels. Nu er voor een bedrag van € 4.929 geen aftrek is genoten, hoeft er volgens hem ook geen revisierente over te worden berekend.

De rechtbank oordeelt dat de wet duidelijk stelt dat revisierente wordt berekend over de waarde in het economische verkeer. De tekst van de wet laat geen verdere ruimte voor uitleg open.

Belang voor de praktijk

Alhoewel de rechtbank de man in zijn redenatie wel kan volgen, is het haar niet toegestaan de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te beoordelen. Art. 30i, lid 2 Algemene Wet inzake rijksbelastingen (AWR) is hierin duidelijk. Revisierente is verschuldigd over de volledige waarde in het economisch verkeer van de lijfrente.

Had de man zijn lijfrente minimaal acht jaar eerder afgekocht, dan had hij gebruik kunnen maken van de tegenbewijsregeling. Bij toepassing van de tegenbewijsregeling van art. 30i, lid 3 AWR moet de belastingplichtige aantonen dat de revisierente niet 20% van de afkoopwaarde bedraagt, maar het lagere bedrag aan belastingrente als navordering mogelijk zou zijn. In dat geval zou wel rekening kunnen worden gehouden met de niet-afgetrokken lijfrentepremie.

In gevallen waarin een belastingplichtige van mening is dat de belastingwet een onbedoeld gevolg heeft, kan hij een beroep doen op de hardheidsclausule. Bij het ontwerpen van art. 30i, lid 2 AWR bestonden deze 'hybride lijfrenten' nog niet. Daardoor leidt toepassing van dit artikel bij dat soort lijfrenten tot gevolgen die niet voorzien waren toen de wetgever de wet maakte. Mogelijk biedt een beroep op de hardheidsclausule voor deze man een oplossing. En spoort het de wetgever aan tot het aanpassen van de wetsbepaling.

Lees ook het thema Lijfrenten.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Pensioenen

Informatiesoort: Nieuws

  250
Gerelateerde artikelen