De landbouwsector staat al enige tijd onder grote maatschappelijke druk. Een afschaffing van de landbouwvrijstelling, zoals de Algemene Rekenkamer suggereert, of een mogelijke beperking van de BOR zou weleens de laatste druppel kunnen zijn die de emmer doet overlopen. "Deze fiscale plannen treffen de landbouwsector in het hart, juist op het moment dat we deze sector zo hard nodig hebben," zegt agrofiscalist Arne de Beer.

Grote maatschappelijke druk

De stikstofdiscussie, de klimaatwet, fosfaatproblematiek, de energietransitie , kringlooplandbouw, de aanhoudende bodemdaling door kunstmatig lage waterstanden en het opofferen van landbouwgrond voor woningbouwdoelstellingen. Een greep aan onderwerpen op het bord van de Nederlandse landbouwer. “Het mag duidelijk zijn dat de maatschappelijke druk op de landbouwsector groot is,” geeft De Beer aan, die naast senior belastingadviseur vaktechniek bij Alfa Accountants en Adviseurs ook werkzaam is als docent fiscale economie aan de Erasmus Universiteit.

Donkere fiscale wolken

Naast alle maatschappelijke problemen hangen er donkere wolken boven het fiscale landschap van de landbouwer. Zo typeert de Algemene Rekenkamer in het Verantwoordingsonderzoek 2020 de landbouwvrijstelling als een fiscale regeling zonder doel. Het oordeel luidt aanpassen of afschaffen. Ook de bedrijfsopvolgingsregeling, de BOR, in de Successiewet ligt al enige tijd onder vuur. De regeling is veel bekritiseerd: de hoge vrijstelling voor ondernemingsvermogen zou te ruimhartig en deels overbodig zijn. Bovendien maakt de aanzuigende werking van die vrijstelling de BOR misbruikgevoelig. De in mei 2020 verschenen ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ bevatten voorstellen tot versobering van de BOR.

Harde dobber

Mocht het tot een afschaffing komen van de landbouwvrijstelling en tot een beperking van de BOR dan zal dit de landbouwsector hard raken, verwacht De Beer. “Geen landbouwvrijstelling betekent een heffing over de waardestijging van de landbouwgrond. Dit leidt mogelijk tot een verdere verhoging van de toch al hoge grondprijs. Maatschappelijke doelen als het uitkopen van landbouwers voor de bescherming van natuurgebieden en het aankopen van landbouwgrond voor woningbouw kunnen nog meer geld gaan kosten. Ook de bedrijfsopvolging met name in de familiesfeer wordt verder bemoeilijkt. Die opvolgingsproblematiek speelt uiteraard ook als de BOR wordt aangepakt. Daarom ben ik blij dat vanuit de Tweede Kamer ook een tegengeluid hoorbaar is.”

Tegengeluid

Met tegengeluid doelt De Beer op de onlangs door de Tweede Kamer aangenomen twee moties voor verbetering van de BOR zodat sprake is van een meer gelijk speelveld met de ons omringende landen. Opmerkelijk genoeg staan die twee moties haaks op de afschaffings- en inperkingsplannen van diverse politieke partijen.

Landbouwvrijstelling: een regeling zonder doel

In het Verantwoordingsonderzoek 2020 maakt de Algemene Rekenkamer duidelijk dat de landbouwvrijstelling inmiddels is verworden tot een instrument zonder doelstelling. Het oorspronkelijke doel – een fiscaal gelijke behandeling tussen grondeigenaren-verpachters en grondeigenaren-landbouwers – is namelijk met de komst van de Wet IB 2001 komen te vervallen. Sindsdien is volgens de Algemene Rekenkamer juist sprake een ongelijke fiscale behandeling. De grondeigenaar-verpachter betaalt namelijk in box 3 belasting over de waardestijging van de grond, terwijl voor de grondeigenaar-landbouwer nog altijd de landbouwvrijstelling geldt.

Een regeling zonder doel kan niet effectief zijn, stelt de Algemene Rekenkamer vast. Naast aanpassing sorteert de Rekenkamer voor op afschaffing van de landbouwvrijstelling in combinatie met een overgangsregeling.

Tegenargumenten

Minister Schouten van LNV is het oneens met de conclusie van een ongelijke fiscale behandeling tussen grondeigenaren-landbouwers en grondeigenaren-verpachters. Deze laatste groep wordt weliswaar belast voor een behaald forfaitair rendement op bezit en exploitatie van landbouwgrond, maar de reële waardestijging van de grond is niet belast. De Beer is het roerend met de minister eens. “Dat er met de komst van box 3 een ongelijkheid is ontstaan tussen verpachters en grondeigenaren-landbouwers is niet juist. De waardestijging van landbouwgronden wordt voor verpachters de facto niet in box 3 belast. Het ongelijkheidsargument is dus geen reden tot afschaffing van de landbouwvrijstelling.”

“De landbouwvrijstelling kent een lange historie en doet nog altijd wat die moet doen: het vrijstellen van inflatiewinsten op gronden met een landbouwbestemming,” vervolgt De Beer. “Verder is de vrijstelling gerechtvaardigd door het bijzondere karakter van landbouwgronden als productiemiddel voor onze voedselvoorziening, waarmee in verhouding tot de waarde van het productiemiddel lage opbrengsten worden behaald.”

Maatschappelijke rol

Het oorspronkelijke doel van de landbouwvrijstelling mag dan zijn vervallen, nieuwe doelen liggen in het verschiet. Minister Schouten neemt dit mee in het geplande onderzoek naar de landbouwvrijstelling in 2022. De Beer verwacht dat de landbouwvrijstelling een belangrijke rol speelt voor het behalen van grote maatschappelijke thema’s als stikstof, klimaat, woningbouw en energietransitie.

Noodzakelijke overgangsregeling

Mocht het uiteindelijk toch tot een afschaffing van de landbouwvrijstelling komen, dan is een overgangsregeling bittere noodzaak. De Beer: “Eerdere geruchten over een afschaffing hebben steeds geleid tot een herwaardering van landbouwgronden en na het Verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer zie je wederom herwaarderingsadviezen opkomen. Die herwaardering is echter lang niet in alle situaties een optie. Voor landbouwgronden met belaste claims door pachtersvoordelen of een afgeboekte herinvesteringsreserve is een volledig onbelaste herwaardering meestal niet mogelijk. En veel ondernemers in de tuinbouw hebben tot nu toe geen gebruik kunnen maken van de herwaarderingsmogelijkheid. Dat maakt een overgangsregeling onmisbaar.”

Inperking

Mocht de landbouwvrijstelling worden ingeperkt dan hoopt De Beer dat de vrijstelling in elk geval blijft gelden voor gronden die direct of indirect, zoals de ondergrond van tuinbouwkassen, worden gebruikt voor gewassen. “De ondergrond van stallen en andere gebouwen, zou dan eventueel buiten de landbouwvrijstelling kunnen vallen.”

Ongeschonden voortgang

Ondanks al het gepraat over een mogelijke afschaffing of inperking van de landbouwvrijstelling hoopt De Beer toch vooral op een volledige instandhouding van de landbouwvrijstelling. Ook de BOR verdient in zijn ogen een ongeschonden voortgang voor de landbouwsector. “Om te zorgen dat opvolging in de landbouw mogelijk blijft, moet de BOR blijven. Vanwege het onderrendement in de landbouwsector is bij een overdracht van de landbouwonderneming tegen vrije waarde opvolging niet mogelijk. Die vrije waarde is door de opvolgers simpelweg niet op te brengen. Daarom is voor de bedrijfsopvolging de 100% vrijstelling over het verschil tussen de liquidatiewaarde en de goingconcernwaarde van essentieel belang.”

De 100% vrijstelling voor ruim € 1 miljoen aan ondernemingsvermogen en de 83% vrijstelling voor het meerdere houden eveneens de bedrijfsopvolging binnen de landbouw betaalbaar, maar volgens De Beer wel in mindere mate. “Die vrijstellingspercentages zouden wel lager kunnen, zonder dat de opvolging in gevaar komt. Wil men iets doen aan oneigenlijk gebruik dan is een verlenging van de voortzettingseis van vijf jaar naar bijvoorbeeld tien jaar denkbaar.”

Niet schrappen maar koesteren

Maar als het aan De Beer ligt blijven de landbouwvrijstelling en de BOR toch vooral volledig intact. “Voor de realisatie van grote maatschappelijke doelen heeft de politiek de medewerking van de landbouwsector hard nodig. Afschaffing of inperking van vrijstellingen zou dan ook een onterechte en onlogische stap zijn. Voor de landbouwsector zijn deze financiële middelen zéér belangrijk om alle noodzakelijke veranderingen in de nabije toekomst het hoofd te bieden. Frustreer het veranderproces niet door de landbouwvrijstelling en de BOR weg te nemen, maar koester juist deze regelingen en geef de landbouwer daarmee de financiële ruimte die hij nodig heeft.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Carrousel: Carrousel

Rubriek: Inkomstenbelasting, Schenk- en erfbelasting

Informatiesoort: Interviews, Nieuws

Focus: Focus

Dossiers: Agro

  1384
Gerelateerde artikelen