Hoe zit het met de eigenwoningschuld als erfgenamen afspreken dat de woning en schuld volledig aan één van de erfgenamen wordt toebedeeld? Een voorbeeldcasus.

Het voorbeeld luidt als volgt.

Een moeder van een dochter en een zoon is onlangs overleden. In haar nalatenschap valt een woning met een waarde van € 200.000 en een aflossingsvrije eigenwoningschuld van € 120.000. Overig vermogen is er eigenlijk niet. Broer en zus zijn enig erfgenaam. De zus wil graag de woning als eigen woning gaan bewonen. Haar broer gaat daar in principe mee akkoord. De zus heeft nog niet eerder een woning gehad.

Uitwerking

Het is mogelijk dat de woning en schuld volledig aan één van de erfgenamen wordt toebedeeld. De omvang van de nalatenschap is hier € 80.000. De zus en haar broer hebben alle twee recht op de helft daarvan, € 40.000. Echter, als de zus de woning en de schuld krijgt toebedeeld, dan wordt haar broer onderbedeeld. Hij heeft dan een onderbedelingsvordering op zijn zus ter grootte van € 40.000.

Als de zus leent om de schuld aan haar broer af te lossen, kan deze lening worden aangemerkt als eigenwoningschuld (zie de nota nav het verslag van het Belastingplan 2004, p.51). Datzelfde geldt voor de lening die de zus vanuit de nalatenschap overneemt. De totale lening bedraagt dan € 120.000 + € 40.000 = € 160.000. Leent de zus meer dan dit bedrag, dan is dat meerdere geen eigenwoningschuld maar een lening in box 3.

Zoals gezegd kán de lening worden aangemerkt als eigenwoningschuld. Daarvoor is wel vereist dat de lening voldoet aan de voorwaarden die de Wet IB 2001 hieraan stelt (art. 3.119a Wet IB 2001). Haar moeder had een eigenwoningschuld die onder het overgangsrecht van de Wet IB 2001 valt (art. 10bis.1 Wet IB 2001). De dochter – als starter op de koopwoningmarkt – komt niet in aanmerking voor dit overgangsrecht. Het overgangsrecht gaat ook niet door de vererving op de dochter over. Zij zal dus de lening annuïtair of lineair volledig moeten aflossen in maximaal 30 jaar. De bestaande hypothecaire geldlening zal dus wel moeten worden aangepast. Doet zij dit niet dan valt ook die lening in box 3.

Belang voor de praktijk

Er is een alternatief voor deze verdeling, maar die is niet handig. De woning en schuld zouden vanuit de nalatenschap eerst kunnen worden toebedeeld aan beide kinderen. Beiden hebben dan een aandeel in de eigenwoningschuld van € 60.000 en een aandeel in de woning van € 100.000. Het ene kind kan dan de ander uitkopen voor € 100.000. Wordt dit gefinancierd dan is er opnieuw sprake van een maximale eigenwoningschuld van € 160.000. Het verschil zit echter in de overdrachtsbelasting.

Door de koop van de halve woning van het andere kind is 2% overdrachtsbelasting verschuldigd. Deze uitwerking is daarmee duurder dan rechtstreeks de woning volledig toebedelen aan een van beiden en financiering van de onderbedelingsvordering. Mogelijk krijgen starters overigens een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. De mogelijke introductie hiervan in de wet wordt door Financiën momenteel onderzocht.

Lees ook het thema Eigenwoningregeling.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Carrousel: Carrousel

Rubriek: Inkomstenbelasting

Focus: Focus

Informatiesoort: Nieuws

  680
Gerelateerde artikelen