Man en vrouw zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. In het kader van de financiële afwikkeling van het huwelijk stelt de man dat de woning niet tot de te verdelen gemeenschap behoort omdat de woning aan hem is verknocht. De rechtbank is het daar niet mee eens.

De zaak (Rechtbank Gelderland 9 december 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:5718) verloopt als volgt. Een echtpaar trouwt in 1991 in gemeenschap van goederen. De vrouw overlijdt in 1999. Volgens het testament is de man enig erfgenaam en erft hij onder uitsluitingsclausule waardoor de verkrijging (inclusief de revenuen daarop) niet in enige huwelijksgemeenschap vallen.

De man hertrouwt in mei 2015. Wederom een huwelijk in gemeenschap van goederen. Na 2,5 jaar huwelijk dient de vrouw het echtscheidingsverzoek in. Omdat zowel man als vrouw de woning niet kunnen financieren moet de woning verkocht worden. Man en vrouw verschillen van mening aan wie de verkoopopbrengst moet toekomen.

Volgens de vrouw moet met de verkoopopbrengst de hypotheek worden afgelost en wordt het restant 50/50 gedeeld. De man is het daar niet mee eens en stelt dat de woning aan hem verknocht is omdat hij daar samen met zijn eerste vrouw heeft gewoond en lief en leed heeft gedeeld. De woning is daarom zijn privévermogen.

Volgens de rechtbank is er geen sprake van verknochtheid. Immers, voor iedereen geldt dat hun privéleven zich afspeelt in een woning en daar dus de nodige emoties worden beleefd. De man heeft bovendien ook vele jaren met de tweede vrouw in deze woning geleefd en daar dus met haar eveneens lief en leed gedeeld, en zij met hem. Er is daarom geen sprake van verknochtheid op grond waarvan de woning buiten de gemeenschap van goederen tussen partijen is gebleven.

De man stelde tevens dat hij de helft van de woning via de uitsluitingsclausule heeft verkregen en daarom niet in de huwelijksgemeenschap valt. Daar is de rechtbank het mee eens. Ook de waardeaangroei op het geërfde deel komt toe aan de man omdat in de uitsluitingsclausule is bepaald dat ook de revenuen ten goede komen aan de verkrijger.

Belang voor de praktijk

Het belang van een testament met uitsluitingsclausule doet zich gelden. Daardoor verkreeg de man in deze zaak een nominale vordering ter grootte van € 105.000. Maar omdat in de uitsluitingsclausule is bepaald dat ook de revenuen van de verkrijging aan hem toekomen bedraagt zijn vordering € 208.500. Met de inwerkingtreding van de beperkte gemeenschap van goederen per 1 januari 2018 valt het voorhuwelijkse vermogen van een huwelijkspartner niet langer in de huwelijksgemeenschap.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Huwelijksvermogensrecht

  213
Gerelateerde artikelen