Herinnert u zich uit de geschiedenisboekjes van de lagere school nog het jaar 1672? Het Rampjaar? De regering was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos. De enige die ons van de ellende destijds kon verlossen, was een jonge opperbevelhebber van het leger, prins Willem III.
Enige associatie tussen 1672 en box 3 is er wel, kijkend naar de chaotische manier waarop deze wetgeving op dit moment tot stand komt, of beter gezegd maar niet tot stand komt. Het minderheidskabinet is intern verdeeld, steun van de linkse of rechtse oppositie is alleen maar te halen als concessies worden gedaan aan eisen ingegeven door de lobbyisten van die partijen. Het eigenbelang van de eigen achterban van welke partij dan ook weegt daarbij kennelijk zwaarder dan het nationale belang van een solide wetgeving over belastingheffing over vermogensinkomsten. Ineens wordt steun aan box 3-plannen gekoppeld aan sociale zekerheid, abortusbeleid, asielbeleid, enzovoort. Misselijkmakend.
Een aantal zaken is echt niet meer uit te leggen
Ik krijg het mijn klant Sjors – die bij zijn werkgever een modaal inkomen geniet van € 48.000 – niet meer uitgelegd dat hij over zijn box 3-inkomen van € 5.000 42,5% belastingheffing verschuldigd is. Want dan moet ik uitleggen dat hij ook een stuk van zijn algemene heffingskorting kwijt is. Dat lukt mij al helemaal niet meer als Sjors een AOW’er is met een inkomen van € 48.000. Want dan verliest hij naast zijn algemene heffingskorting van 3,25% ook nog eens 15% ouderenkorting, zodat zijn effectieve
box 3-tarief bijna 55% is. Terwijl Sofie met een salaris van twee keer zoveel, ofwel € 96.000, maar wel ‘slechts’ 36% belasting over haar vermogensinkomsten betaalt. De conclusie is simpelweg dat box 3 geen flattax kent, zoals velen denken, maar dat het tarief feitelijk degressief is.
Zo is onze hele inkomstenbelastingwetgeving doordrenkt met regels die niemand nog aan zijn klanten uitgelegd krijgt.
Want als we het erover eens zijn dat…
Vooropgesteld, ik ben geen wetenschapper; daar ben ik niet intelligent genoeg voor. Ik ben ook geen begrotingsexpert, want ik heb dyscalculie. Maar ik heb wel een dijk aan ervaring als praktijkbeest en weet precies wat klanten als rechtvaardig en onrechtvaardig ervaren en welke regelingen in de praktijk wel en niet uitvoerbaar zijn. Dit geldt zowel voor belastingplichtigen wat betreft hun doenvermogen als voor de Belastingdienst wat betreft de handhaafbaarheid.
Vanuit de samenleving beredeneerd, kan het toch niet anders zijn dan dat we met ons allen, links, midden of rechts, het erover eens zijn:
- dat iemand met een hoog inkomen procentueel meer belasting hoort te betalen dan iemand met een laag inkomen, omdat de sterkste schouders de zwaarste lasten horen te dragen;
- dat je alleen maar belasting hoeft te betalen over het inkomen dat je daadwerkelijk hebt genoten en niet over een of ander forfaitair percentage, omdat anders mensen met lage vermogensinkomsten verhoudingsgewijs veel belasting betalen ten opzichte van hun inkomen, misschien zelfs meer dan hun inkomen überhaupt is, en mensen met hoge vermogensinkomsten verhoudingsgewijs weinig belasting betalen;
- dat je alleen maar belasting hoeft te betalen over de jaarlijkse inkomsten die je uit dat vermogen geniet, zoals rente, dividend en huur en je pas belasting over vermogensaanwas hoeft te betalen als je het later daadwerkelijk hebt gerealiseerd, omdat je dan belasting betaalt in de jaren waarin je de inkomsten ook daadwerkelijk op je bankrekening krijgt bijgeschreven;
- dat vermogensinkomsten wat lager belast moeten worden dan arbeidsinkomen, omdat anders ons vermogen naar het buitenland of in box 4, de black box, verdwijnt;
- dat als je in een jaar belasting hebt betaald over de vermogensinkomsten en je volgend jaar pech hebt met je vermogen waardoor het in waarde daalt, je de belasting úit die voorgaande jaren terug moet krijgen, omdat je die vermogensinkomsten achteraf niet gerealiseerd blijkt te hebben;
- dat je belasting hoort te betalen over je totale inkomen, ongeacht waaruit dat inkomen bestaat, arbeid of vermogen, omdat je anders het inkomen in hokjes gaat stoppen, waardoor een negatief inkomen uit de ene box niet verrekenbaar is met inkomen uit de andere box;
- dat als je gaat trouwen of scheiden, dat nooit mag leiden tot belastingheffing over het vermogen dat je hebt, omdat anders misschien wel veel huwelijken worden gecanceld of juist in stand blijven, dit keer niet vanwege de kinderen maar vanwege de Belastingdienst;
- dat het voor de belastingheffing eindelijk niet uit zou moeten maken of je een bedrijfspand verhuurt aan je eigen bv of aan derden, omdat mensen anders uit fiscale motieven juist wel of niet aan de eigen bv of aan derden gaan verhuren;
- dat mensen hun keuze voor de verkoop en (terug)koop van bepaalde beleggingen, zoals aandelen of vastgoed, alleen maar zouden moeten baseren op wat voor hen het hoogste rendement oplevert en zij zich niet belemmerd moeten voelen door tussentijds afrekenen met de fiscus, omdat anders mensen zich vastklampen aan bepaalde ‘suboptimale’ beleggingen die ze eigenlijk van de hand zouden moeten doen, maar die stukken niet verkopen omdat ze dan belasting moeten betalen waardoor ze minder geld overhouden om te herbeleggen, wat eindelijk weer een lager eindvermogen oplevert;
- dat we – en dit is misschien wel het belangrijkste van allemaal – het liefst een zo eenvoudig mogelijk belastingstelsel willen hebben.
Waarom hebben we dan in hemelsnaam nog een box 3???
Aan alle bovenstaande uitgangspunten wordt voldaan als we vermogensinkomsten belasten in box 1 in plaats van in box 3. Dit kan door de regelgeving over vermogensinkomsten te alloceren in afdeling 3.4, belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, meer specifiek in paragraaf 3.4.1, belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden. En dan door artikel 3.91 en artikel 3.92 Wet IB 2001 uit te breiden tot het ter beschikking stellen (tbs) van alle vermogensbestanddelen, in plaats van alleen maar vermogensbestanddelen die ter beschikking worden gesteld aan gelieerde ondernemingen of vennootschappen.
Wat gebeurt er dan zoal als we alle vermogensinkomsten in de tbs-sfeer onderbrengen:
- burgers met een hoog box 1-inkomen, waartoe vermogensinkomsten dan ook gaan behoren, betalen procentueel meer belasting dan mensen met een laag inkomen;
- er wordt alleen belasting betaald over het werkelijk rendement;
- reguliere rendementen worden in het jaar van ontvangst belast, vermogenswinsten in het jaar van realisatie, conform goed koopmansgebruik;
- door de tbs-vrijstelling van 12% van art. 3.99b Wet IB 2001, die dan ook gaat gelden voor beleggingsvermogen, is de heffing over vermogensinkomsten lager dan over ander box 1-inkomen. Burgers die in het toptarief van box 1 vallen, betalen dan effectief 49,5% -/- (12% x 37,56%), ofwel ongeveer 45% belasting, mensen met een laag inkomen 31,5%. Wellicht zou dan de tbs-vrijstelling moeten worden verhoogd tot 25%, zodat de heffing over vermogensinkomsten bij lage inkomens wordt beperkt tot 26,8% en bij topinkomens tot 40,1%;
- naast de tbs-vrijstelling kan ter bescherming van kleine spaarders en beleggers het heffingvrij inkomen voor vermogensinkomsten van € 1.800 per persoon worden behouden;
- ofwel, de belastingheffing over arbeidsinkomen wordt verzacht door de arbeidskorting en over vermogensinkomsten door de tbs-vrijstelling;
- door de drie schijven waartegen ook vermogensinkomsten in box 1 belast gaan worden, wordt de neiging om inkomsten via de vermogenswinstbelasting vooruit te schuiven beperkt. Je kunt beter elk jaar afrekenen tegen 26,8% dan op het einde van de rit tegen 40,1%;
- je krijgt automatisch een interne verliescompensatie: negatieve inkomsten uit vermogen kun je onmiddellijk compenseren met andere inkomsten in box 1. En als dan nog verliezen over zijn, geldt daarvoor de huidige verliescompensatie in box 1: drie jaar carry back en negen jaar carry forward. Bovendien kan dan de verliescompensatiedrempel van € 500 per persoon vervallen;
- als je gaat trouwen of scheiden, bestaan de doorschuiffaciliteiten uit de winstsfeer, vergelijkbaar met die van artikel 3.59 (bij ontbinding huwelijksgemeenschap) of 3.62 (overlijden van de fiscale partner) Wet IB 2001;
- discriminatie tussen verhuur van een bedrijfspand aan je eigen bv en aan een derde verdwijnt;
- door de inkomsten uit vermogen te belasten in box 1 worden deze inkomsten ook belast met premies volksverzekeringen;
- door de toepasselijkheid van de herinvesteringsreserve kunnen onder voorwaarden ‘boekwinsten’ bij vervreemding van beleggingen worden doorgeschoven naar nieuwe beleggingen, waardoor belastingheffing niet langer verstorend werkt in de beleggingskeuzes van belastingplichtigen.
En – nogmaals, misschien wel het belangrijkste van allemaal – we creëren meer eenvoud en eenduidigheid in ons belastingstelsel, omdat we gebruik maken van bestaande wet- en regelgeving. We kunnen box 3 opdoeken en zo afscheid nemen van het Rampjaar 2026. Alleen vergt dat wel een nieuwe Willem III die dit realiseert. Een staatsman die kijkt naar het landsbelang van een solide regelgeving over vermogensinkomsten met draagvlak in de samenleving in plaats van naar het eigenbelang van allerhande lobbyisten die Kamerleden helemaal gek maken met de meest onzinnige verhalen.
Dromen en werkelijkheid
Maar ik hoor u al denken: Eric, had je deze zondagmiddag niet beter kunnen besteden? Wellicht heeft u gelijk. Zelf heb ik ook een ietwat minder positieve kijk op politiek Den Haag. Iedereen strijdt met veel bombarie, oneliners en framing voor de bühne én voor zijn eigen achterban. Dat is begrijpelijk, er komen volgend jaar weer verkiezingen aan. Hoe sterker de oneliner, des te groter de kans is dat je het NOS Journaal haalt. Hoe sterker het frame, des te groter de kans is dat er weer een kiezer intrapt waardoor je weer een zieltje in het electoraat wint.
Alleen wat zou het toch mooi zijn, als we eerst met z’n allen een geweldig belastingsysteem creëren, robuust en met draagvlak in de maatschappij en ook nog eens praktisch prima uitvoerbaar. Een systeem, ontwikkeld door wetenschappers, praktijkbeesten en ambtenaren. Pas daarna mogen de politieke partijen onderling gaan bakkeleien over het ene knopje waar ze aan mogen draaien: het knopje voor het tarief. Wil je arbeidsinkomen minder zwaar belasten, dan draaien we het knopje van de arbeidskorting wat verder open. En wil je vermogen wat zwaarder belasten, dan draaien we het knopje van de tbs-vrijstelling wat meer dicht. Of omgekeerd.
Maar dat alles is waarschijnlijk een droom. Sterker nog, het is een illusie. In zoverre is het schrijven van deze column enerzijds inderdaad zonde van de tijd. Anderzijds: het regent buiten en er is deze middag toch geen fatsoenlijk voetbal op tv. Een perfecte middag om frustratie en sacherijn van je af te schrijven. En wie weet, als iedereen die iemand in de politiek kent, de inhoud van deze column nou eens met haar of hem deelt… Je weet dan maar nooit.