De kogel is door de kerk. Op maandagavond 15 oktober 2018 werd bekend dat ‘heroverweging’ in het Haagse jargon ‘intrekking’ betekent en de dividendbelasting definitief niet zal worden afgeschaft. Ook maakte Staatssecretaris Snel van Financiën bekend hoe het kabinet de vrijkomende € 1,9 mrd. euro zal besteden. En daar zitten toch verrassingen bij.

Dga: Van loser tot winner

Dat het VpB-tarief nu verder daalt dan tot de in de Prinsjesdagvoorstellen voorziene 22,25% lag wel voor de hand. Dit tarief wordt nu 20,5%, maar pas vanaf 2020; voor 2019 blijft het tarief ongewijzigd op 25% staan. Het MKB-tarief daalt naar 15% in plaats van de 16% zoals was voorzien met Prinsjesdag. Maar dé grote verrassing voor mij is dat ik in de brief van Snel niets lees over een verdere verhoging van het aanmerkelijkbelangtarief in box 2. Met Prinsjesdag is aangekondigd dat dit tarief stijgt tot 26,9% in 2021. Samen met het toen voorziene VpB-tarief van 22,25%, resulteert dit in een cumulatieve VpB- + ab-druk van 43,16%. Nu het VpB-tarief verder daalt naar 20,5%, zou, om dezelfde cumulatieve belastingdruk te bereiken, het ab-tarief moeten stijgen naar de in het Regeerakkoord voorziene 28,5%. Maar dat gebeurt dus niet, tot mijn stomme verbazing, althans ik lees er niks over in de brief van afgelopen maandag. Als dit zo blijft – de nota’s van wijziging op het Belastingpakket 2019 moeten nog verschijnen – dan komt het cumulatieve VpB- + ab-tarief voor de dga uit op 41,89% (bij een VpB-tarief van 20,5%) respectievelijk 37,87% (bij een VpB-tarief van 15%), waar dit nu is 43,75% respectievelijk 40%. Een daling dus met bijna twee procentpunten. En dit komt bovenop de daling van het box 1-tarief over het (gebruikelijke) loon van de dga met ruim 2 procentpunten naar 49,5% (nu 51,95%). Kortom, de dga is van de loser van dit kabinet de winner geworden.

IB-ondernemer: De schlemiel

Er is helaas ook de schlemiel van dit kabinet en dat is de IB-ondernemer. Voor hem heeft dit kabinet werkelijk helemaal niks in petto, ook niet na de brief van afgelopen maandag. Weliswaar profiteert hij van de algemene daling van het box 1-tarief naar 49,5% maar daar staat tegenover dat de MKB-winstvrijstelling van 14% – maar ook de zelfstandigenaftrek bijvoorbeeld – vanaf 2023 nog maar aftrekbaar is tegen het laagste schijftarief van 37,05%. Per saldo leidt dit voor de IB-ondernemer tot een IB-druk van 44,31%, waar die nu 44,67% bedraagt; dit verschil van 0,3 procentpunt is te verwaarlozen. De aftopping van de aftrek van de MKB-winstvrijstelling tot het eerste schijftarief neutraliseert dus volledig de algemene tariefdaling in box 1.

Uiterst merkwaardig is wat mij betreft dat het kabinet in het Regeerakkoord en de Prinsjesdagvoorstellen het globale evenwicht tussen de IB-ondernemer en de dga nog minutieus heeft willen handhaven, maar dit evenwicht in de brief van afgelopen maandag in één keer overboord heeft gezet, ten faveure dus van de dga. Nu gun ik de dga zijn fiscale voordelen, maar eerlijk gezegd, begrijp ik dit niet. Mijn voorstel zou zijn om voor de IB-ondernemer de aftopping van de MKB-winstvrijstelling ongedaan te maken, te meer omdat die eigenlijk toch al niet in deze tariefmaatregel thuishoort. Dan bedraagt het maximale IB-tarief voor de IB-ondernemer 42,57% en dat scheelt nog maar 0,68 procentpunt met het cumulatieve VpB- + ab-tarief van de dga van 41,89%; en uiteraard moet dit dan ook voor de terbeschikkingsteller gelden voor de aftrek van de tbs-vrijstelling. Ik realiseer me dat het tariefverschil tussen de IB-ondernemer en de dga enerzijds en de werknemer anderzijds dan niet kleiner wordt, maar daarvoor zijn naar mijn mening ook goede redenen te geven. De IB-ondernemer en de dga zijn nu eenmaal de job-creators en dat mag fiscaal best worden gestimuleerd met een lagere belastingheffing. Daar profiteert ook de werknemer van.

Dga: spekkoper?

Is de dga dan werkelijk de spekkoper van het kabinet geworden? Niet helemaal, want één dag na Prinsjesdag is een maatregel aangekondigd om excessief lenen van de bv door de dga aan banden te leggen. Ik schreef hier al eerder over op TaxLive. Die maatregel wordt verzacht, zo blijkt uit de brief van afgelopen maandag. Die verzachting bestaat eruit dat

  1. in plaats van een overgangsmaatregel voor bestaande eigenwoningschulden ook nieuwe eigenwoningschulden worden uitgezonderd en
  2. bovenop deze eigenwoningschuld een aanvullende drempel zal gelden van € 500.000 voor de dga en zijn partner gezamenlijk.

Ik begrijp dit zo dat eigenwoningschulden van de ‘eigen’ bv nu helemaal buiten de maatregel blijven en voor de overige (rekening-courant)schulden een drempel zal gelden van € 500.000. Wat ik dan nog wel mis, is eenzelfde regeling als voor eigenwoningschulden voor schulden, waarmee andere belast(bar)e bezittingen zijn aangeschaft, zoals bijvoorbeeld effectenportefeuilles en vastgoed in box 3. Die € 500.000-drempel zou wat mij betreft enkel moeten gelden voor de consumptieve rekening-courantschulden; zie mijn eerdere publicatie op TaxLive. En dan mag die drempel van € 500.000 van mij best nog wel wat lager.

Dossiers: Prinsjesdag 2018

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

Informatiesoort: Column

  2258
Gerelateerde artikelen