In het eerste debat met het nieuwe kabinet werd nogmaals duidelijk dat het een enorme klus is om deze coalitie bij elkaar te houden. Het debat over de regeringsverklaring ontaardde vrij snel in een verbaal moddergevecht, waarbij (eerdere) uitspraken van de PVV-ministers en het (gestelde gebrek aan) gezag van minister-president Schoof centraal stonden.

Twee dingen vielen daarbij op. Allereerst de verhoudingen tussen enerzijds de coalitiepartijen onderling en anderzijds de coalitie en hun eigen premier. De coalitiepartijen lijken zich (nu al) zoveel mogelijk te willen distantiëren van dit kabinet. Daarnaast was er een oorverdovend gebrek aan inhoudelijkheid: die moet het kabinet deze zomer nog gaan produceren.

In de regeringsverklaring benadrukte Schoof dat het kabinet kiest voor financiële degelijkheid. Dit betekent dat ‘het tekort op de Rijksbegroting binnen de afgesproken grens van 3 procent blijft’ en dat er ingegrepen wordt als ‘het tekort tijdens die rit over die grens heen lijkt te gaan’. Het kabinet kiest dan voor (verdere) bezuinigingen of belastingverhogingen en zal ‘geen hypotheek nemen op de toekomst’ door de staatsschuld verder op te laten lopen. Het is opvallend dat hier in het debat relatief weinig aandacht voor was. Met oog op alle financiële tegenvallers, waaronder het herstel box 3, is het de vraag hoe dit kabinet een sluitende begroting gaat opstellen.

Bestaanszekerheid

In het debat over de regeringsverklaring uitten de oppositiepartijen kritiek op de coalitieplannen ten aanzien van bestaanszekerheid, de versobering van de giftenaftrek, de fiscale positie van eenverdieners en de aangekondigde btw-verhogingen. Timmermans (GL-PvdA) en Dijk (SP) gaven aan dat vooral bedrijven profiteren van de fiscale plannen. Daarbij vroegen ze het kabinet om de maatregelen ten aanzien van box 2 en box 3 niet door te voeren en deze middelen te benutten om armoede te bestrijden. Ook Bikker (CU), Dassen (Volt) en – enigszins verrassend – Omtzigt (NSC) benadrukten dat ze meer van dit kabinet verwachten om de (kinder)armoede terug te dringen.

Stoffer (SGP) vroeg aandacht voor belastingkloof tussen een- en tweeverdieners. Daarbij wees hij op een (aangenomen) motie uit 2021, van de SGP en Omtzigt, op basis waarvan ‘een volgend kabinet concrete maatregelen moet nemen om de belastingkloof tussen een- en tweeverdieners te verkleinen’. Bikker (CU) en Stoffer (SGP) benadrukten nogmaals veel moeite te hebben met de versobering van de giftenaftrek en vrijwel de hele oppositie ondertekende de moties om de btw-verhoging op boeken, kranten, festivals, theater en sport tegen te houden. In zijn reacties gaf premier Schoof herhaaldelijk aan dat het kabinet de opmerkingen en kritiek meeneemt bij de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord.

Parlementair

De belangrijkste politieke vraag van dit moment is: hoeveel ruimte is er voor de Tweede Kamer bij de verdere uitwerking van het hoofdlijnenakkoord? Kunnen de Kamerleden sturen op de inhoud of financiële implicaties van het beleid, of is het ‘extraparlementaire kabinet’ eigenlijk niets anders dan een meerderheidskabinet met een partijloze premier? Op basis van het eerste debat en de financiële situatie lijkt er weinig ruimte te zijn voor de Tweede Kamer. Simpelweg omdat de coalitiegenoten elkaar amper vertrouwen en waarderen, waardoor het onvoldoende gezamenlijk afstemmen vrij snel kan leiden tot een kabinetscrisis.

De meest knellende randvoorwaarde voor de Tweede Kamer zijn de financiële kaders. Aangezien het kabinet zich herhaaldelijk heeft gecommitteerd aan een begrotingstekort van maximaal 3%, moet elke aanpassing ten opzichte van het hoofdlijnenakkoord budgetneutraal of een bezuiniging zijn. Dit betekent dat er eigenlijk geen ruimte is om beleid – met budgettaire implicaties – te realiseren. De komende weken werken de nieuwe bewindspersonen samen met hun ministeries het hoofdlijnenakkoord nader uit tot zowel het te volgen regeerprogramma als de begroting 2025. In september – op Prinsjesdag – wordt duidelijk hoe het kabinet zijn ambities wil realiseren én of de Tweede Kamer daar nog enige invloed op heeft.

 

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Belastingrecht algemeen

230

Gerelateerde artikelen