De Tweede Kamer blijft worstelen met de Wet werkelijk rendement box 3. Afgelopen week sprak de Kamer voor de laatste keer met staatssecretaris Heijnen (Fiscaliteit) over dit wetsvoorstel. 

Het plan om ook de papieren waardestijgingen van geïnvesteerd vermogen te belasten is voor veel Kamerleden een graat in de keel. Tegelijkertijd is er niemand bereid om dekking te vinden voor de € 2,4 miljard die elk jaar uitstel zal kosten. In dit licht wil de Kamer meer duidelijkheid over wat de kosten en de opbrengsten van een volledige vermogenswinstbelasting zijn en wat dit betekent voor de uitvoerbaarheid. Kamerleden proberen ondertussen de scherpste randjes weg te halen.

De belangrijkste politieke vraag ten aanzien van het nieuwe box 3-stelsel is: wat is het verschil in de belastingopbrengsten tussen een vermogensaanwas- en een vermogenswinstbelasting? Een vermogenswinstbelasting zal op de korte termijn minder opbrengen, maar het is onduidelijk of dit op de lange termijn ook het geval zal zijn. Werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft berekend dat een volledige vermogenswinstbelasting op de lange termijn tot meer belastingopbrengsten leidt. Een aantal economen is het niet eens met deze beredenering. Staatssecretaris Heijen heeft aangegeven dat alle stelsels – hybride, vermogenswinst en vermogensaanwas – structureel (in 2060) evenveel opleveren.

Vastgoed

In het wetgevingsoverleg over de Wet werkelijk rendement box 3 werd vanuit twee perspectieven naar dit kostenvraagstuk gekeken. Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft de voorkeur voor een volledige vermogenswinstbelasting. In hun ogen is dit rechtvaardiger en beter uitvoerbaar dan een (gedeeltelijke) vermogensaanwasbelasting, omdat alleen daadwerkelijk gerealiseerde winsten daarbij belast worden. De financiële dekking die nodig is om de derving in belastingopbrengsten op te vangen, is daarbij het belangrijkste obstakel. Stultiens (GL-PvdA) ziet dit anders. In het debat benadrukte Stultiens dat hij een volledige vermogensaanwasbelasting zou willen en dat de vermogenswinstbelasting voor vastgoed in totaal tot € 42 miljard minder belastingopbrengsten leidt.

Ten aanzien van de behandeling van vastgoed in box 3 was er in de Tweede Kamer veel aandacht voor de ‘vastgoedbijtelling’ voor niet-verhuurde box 3-woningen. Een deel van de Kamer wil met moties voorkomen dat deze onroerende zaken onevenredig zwaar belast worden. Van Dijk (CDA), Van Eijk (VVD) en Grinwis (CU) verzoeken het kabinet de vastgoedbijtelling voor vakantiewoningen in eigen bezit nader te onderzoeken. Grinwis (CU), Stoffer (SGP) en Vermeer (BBB) roepen op om het bijtellingspercentage (periodiek) te actualiseren. Ten slotte verzoeken Van Eijk (VVD), Stoffer (SGP) en Grinwis (CU) om een tegenbewijsregeling voor de openingsbalanswaarde van vastgoed in box 3.

Landgoederen

Een deel van de Kamer is bezorgd over belastingdruk voor Natuurschoonwet-landgoederen (zie WFR 2026/26). Grinwis (CU) en Vermeer (BBB) hadden een amendement ingediend waardoor de verschuldigde “box 3-belasting over het indirecte rendement, onder voorbehoud, niet wordt belast”. Staatssecretaris Heijnen gaf aan dat dit amendement niet uitvoerbaar is en deed daarbij de suggestie voor “een doorschuifregeling waarbij de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de vervreemder wordt doorgeschoven naar de verkrijger”. Het amendement wordt conform dit advies aangepast. Als terugvaloptie hebben Grinwis (CU) en Vermeer (BBB) een motie ingediend die de regering verzoekt om dit voor het komende Belastingplan alsnog uit te werken.

De Tweede Kamer zal voor de Wet werkelijk rendement box 3 stemmen. Een groot deel van de Kamerleden doet dit met enige pijn in de buik, omdat het wetsvoorstel waarschijnlijk tot nieuwe problemen leidt voor belastingbetalers en de Belastingdienst. Tegelijkertijd is het onwaarschijnlijk dat er op korte termijn een alternatief zal komen. In het coalitieakkoord hebben D66, VVD en CDA afgesproken om “het nieuwe box 3 stelsel op werkelijk rendement door te ontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek”. Deze partijen hebben daarvoor echter geen budget gereserveerd. Dit roept de vraag op of en wanneer het nieuwe kabinet dit nieuwe stelsel wil implementeren.

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: Parlementair

167

Gerelateerde artikelen