Afgelopen week organiseerde de vaste Kamercommissie Financiën in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de economische vooruitzichten en het begrotingsbeleid. Daarbij hadden de Kamerleden zes economen vanuit verschillende financiële instituten uitgenodigd.

Dit gesprek was om twee redenen politiek interessant. Allereerst omdat de stand van de overheidsfinanciën een van de grote politieke pijnpunten is, waarop de formatie tussen de PVV, VVD, NSC en BBB eerder vastliep. Daarnaast wordt er op dit moment, zowel door het demissionaire kabinet als aan de formatietafel, gewerkt aan plannen met verregaande gevolgen voor de economie. Dit gesprek gaf de aanwezige Kamerleden extra duiding én een aantal handvatten.

In het rondetafelgesprek gaven de economen van de DNB, ING, CPB, Instituut voor Publieke Economie, Rijksuniversiteit Groningen en Raad voor het Openbaar Bestuur een gelijkluidende analyse over de Nederlandse economie. De Nederlandse economie draait op dit moment goed, maar alle seinen voor de middellange en lange termijn staan op rood. Inflatie, vergrijzing, tekorten aan werknemers en materialen, en de geopolitieke spanningen vormen grote risico’s voor onze economie. Kort samengevat wordt de politiek geadviseerd om de financiële teugels aan te halen, in te zetten op hervormingen en stabiel begrotingsbeleid te voeren. Dit maakt het onverantwoord om de fors oplopende overheidsuitgaven van het huidige kabinet niet in te perken.

Onderuitputting

De aanwezige Kamerleden stelden de economische experts veel vragen over de betrouwbaarheid van de financiële voorspellingen en waarschuwingen. Van Hijum (NSC) en Van der Lee (GL-PvdA) wezen erop dat de werkelijkheid de afgelopen jaren telkens positiever was dan geraamd. Hoe moet de politiek daarmee omgaan? De economen benadrukten dat de ramingen vóór de coronacrisis accuraat waren en dat afwijkingen mede voortkomen uit politieke ingrepen. Denk daarbij aan de financiële meevallers door onderuitputting: het niet kunnen uitgeven van het begrote geld. De oproep aan de politiek is daarom om realistischer te begroten, want een begroting met onderuitputting betekent onbenutte ruimte om het land te besturen.

In het gesprek werden eveneens veel vragen gesteld over de knoppen waaraan de politiek nu kan draaien om de economie te stimuleren. Vermeer (BBB) vroeg zich af of subsidies, ook in het licht van de investeringen om ASML in Nederland te houden, de problemen niet groter maken omdat ze tot meer krapte leiden. Dassen (Volt) wilde weten wat er op korte termijn gedaan kan worden om de concurrentiepositie van Nederland te verbeteren. De experts gaven daarop aan dat het stimuleren van de vraag in een economie tot meer krapte kan leiden, hetgeen betekent dat er belangrijke politieke keuzes gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld ten aanzien van arbeidsmigratie.

Parlementaire agenda

De economische experts roepen de politiek op om de begrotingstekorten niet op te laten lopen en om economische groei te verkiezen boven ‘consumptieve’ uitgaven. De overheid moet inzetten op hoogwaardige bedrijvigheid, kennis, innovatie en infrastructuur. Daarbij moet de politiek minder gebruikmaken van subsidies en fiscale regelingen. Plat gezegd: maak consistent beleid gericht op de lange termijn, in plaats van gratis bier te beloven voor electoraal gewin. Dit wordt een flinke uitdaging in het huidige politieke landschap, waarbij casuïstiek – zoals ASML en onderzeeboten – en het (weer) winnen van de volgende verkiezingen centraal lijken te staan.

De beperkte politieke aandacht voor de langere termijn bleek ook uit de magere belangstelling voor dit inhoudelijke rondetafelgesprek. Alleen Van der Lee (GL-PvdA), Van Hijum (NSC), Vermeer (BBB) en Dassen (Volt) namen vanuit de Kamer daaraan deel. Van Hijum en Vermeer hebben als financieel experts en ‘secondanten’ namens hun partijen een sleutelrol in de formatie. In dat licht is het te hopen dat ze de belangrijkste boodschap meenemen naar de formatietafel: er is helaas geen geld voor (fiscale) cadeaus aan de eigen achterban, maar er moet nu wel geïnvesteerd worden in het economische fundament.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Fiscaal ondernemingsrecht

98

Gerelateerde artikelen