Afgelopen week debatteerden de fiscale woordvoerders in de Tweede Kamer met staatssecretaris Van Rij over box 3. Het was de bedoeling om tijdens dit debat te spreken over de reacties op de internetconsultatie over het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3.

Maar de focus lag vooral op de aankomende arresten van de Hoge Raad over box 3 en de keuze tussen een vermogenswinst- of een vermogensaanwasbelasting in het nieuwe stelsel. Op dat laatste punt lijkt de nieuwe politieke realiteit het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 ingehaald te hebben, aangezien zowel de PVV als de BBB zich sterk maken voor een vermogenswinstbelasting.

Voorafgaand aan het debat informeerde de staatssecretaris de Tweede Kamer per brief over de laatste ontwikkelingen ten aanzien van box 3. Daarin wordt aangegeven dat de Belastingdienst zich voorbereidt op de aankomende arresten van de Hoge Raad en dat daarbij rekening gehouden wordt met alle mogelijke scenario’s. De Kamerleden vroegen zich daarbij af wat de effecten van de meest sombere scenario’s zijn voor de uitvoeringscapaciteit, de begroting en de tijdlijn voor het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3. In dit licht willen de PVV en de VVD de arresten van de Hoge Raad afwachten voordat het wetsvoorstel ingediend wordt. Tegelijkertijd willen NSC, GL-PvdA en de CU het wetsvoorstel juist zo snel mogelijk in de Kamer behandelen.

Illiquide beleggingen

In het debat werd uitgebreid stilgestaan bij de twee problemen in het huidige wetsvoorstel voor het toekomstige box 3-stelsel: dat de afwijkende regeling voor familiebedrijven tot onrechtmatige staatssteun kan leiden; en dat twee verschillende regelingen in het box 3-stelsel meer zal vragen van de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst. Ten aanzien van het eerste probleem stelden de Kamerleden zich pragmatisch op. Idsinga (NSC) stelde voor dat alle illiquide beleggingen – zoals grond maar ook aandelen in vermogensfondsen – en niet alleen aandelen in familiebedrijven en startups onder de vermogenswinstbelasting kunnen vallen. Van Eijk (VVD) sloot zich aan bij dit voorstel.

In de ogen van Vermeer (BBB) en Vlottes (PVV) is dit een stap in de goede richting, maar zou het beter zijn om voor alle vermogensbestanddelen een (vorm van) vermogenswinstbelasting te kiezen in plaats van het “hybride stelsel” dat op dit moment voorligt. Vermeer (BBB) benadrukt dat de vrucht belast moet worden en niet de boom, waarbij er nog veel met een vrucht kan gebeuren voordat deze daadwerkelijk genoten wordt. Beide partijen zien te veel nadelen in een vermogensaanwasbelasting. Dit is zeer interessant, aangezien beide partijen zich nog niet eerder hadden uitgesproken over de wijze waarop het werkelijke rendement vastgesteld en belast zou moeten worden.

Parlementaire agenda

In de vorige Tweede Kamer wilde een duidelijke meerderheid een vermogensaanwasbelasting en stond de VVD nagenoeg alleen in haar pleidooi voor een vermogenswinstbelasting. Inmiddels zien drie van de vier formerende partijen liever een vermogenswinstbelasting, waardoor het de vraag is of het huidige conceptwetsvoorstel werkelijk rendement box 3 voldoende politieke steun heeft. De staatssecretaris waarschuwde daarbij wel dat een vermogenswinstbelasting € 5 miljard minder zal opbrengen dan het voorgestelde “hybride systeem”. Op de vraag van Maatoug (GL-PvdA) hoe deze partijen dit willen betalen, kwamen geen inhoudelijke antwoorden.

Tenslotte was het opvallend dat de Kamerleden in het commissiedebat geen aandacht hebben besteed aan het ontbreken van een inflatiecorrectie in het conceptwetsvoorstel. In het merendeel van de consultatiereacties vroegen particulieren, brancheorganisaties en experts juist hier aandacht voor. Aangezien zowel de staatssecretaris als de Kamerleden nog niet inhoudelijk op deze kritiek hebben gereageerd, zullen de brancheorganisaties hier de komende tijd meer aandacht voor vragen. Eind mei zal de Tweede Kamer weer debatteren over box 3. Voor dat debat zal de staatssecretaris de Kamer informeren over een mogelijke afbakening tussen illiquide en liquide beleggingen en de daarmee samenhangende aanpassingen aan het conceptwetsvoorstel.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Inkomstenbelasting

806

Gerelateerde artikelen