Afgelopen week debatteerde de Tweede Kamer over een initiatiefwetsvoorstel dat Maatoug (GL-PvdA) in 2022 indiende om een aantal fiscale regelingen af te schaffen en een progressief tarief in box 2 in te voeren. Het debat focuste zich vooral op de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), omdat het kabinet de meeste plannen uit het initiatiefwetsvoorstel al heeft gerealiseerd.

Allereerst ging er aandacht uit naar de wenselijkheid van de BOR in het perspectief van vermogensongelijkheid. Daarnaast worstelde de Kamer in dit debat – wederom – met een van de amendementen die de vorige Tweede Kamer bij de behandeling van het Belastingplan 2024 enigszins onbesuisd heeft aangenomen.

Het initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks-PvdA (Kamerstukken II 2021/22, 36 128, nr. 2) laat ons zien dat het kabinet-Rutte IV veel heeft gedaan om vermogen in box 2 zwaarder te belasten. Vier van de “zes voorstellen om knelpunten in de fiscale behandeling van aanmerkelijk belang weg te nemen” zijn inmiddels staand beleid. Denk daarbij aan het als beleggingsvermogen aanmerken van verhuurd onroerende zaken en het vervallen van de doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling. In het huidige voorstel zitten nog slechts twee maatregelen: het uitzonderen van kleine aanmerkelijkbelangpakketten (minder dan 25%) en het verlagen van de BOR-vrijstelling naar 25% met een maximum van € 1 miljoen.

Verre nazaten

Het demissionaire kabinet én een meerderheid in de Tweede Kamer vinden deze maatregelen te ver gaan, waardoor het onwaarschijnlijk is dat dit initiatiefwetsvoorstel aangenomen wordt. In dit licht verschoof de focus van het debat heel snel naar een amendement dat Van Dijk (CDA) samen met Erkens (VVD) indiende op het Belastingplan 2024 waardoor verre nazaten met een verwaterd belang kleiner dan 0,5% in ‘hun’ familiebedrijf ook van de doorschuifregeling aanmerkelijk belang en de BOR gebruik kunnen maken. Op dit amendement kwam later veel kritiek omdat het een aanzienlijk fiscaal voordeel oplevert voor “een handjevol rijke families” ten koste van particulieren met groene spaartegoeden of beleggingen.

In het debat diende Idsinga (NSC) een motie in, medeondertekend door Sneller (D66) en Stultiens (GL-PvdA), die de regering verzoekt om uiterlijk bij het Belastingplan 2025 “de ongewenste gevolgen van dit amendement terug te draaien”. Op deze motie klonken twee punten van kritiek. Allereerst vonden Vermeer (BBB) en Van Eijk (VVD) het onnodig en ongewenst dat in de tekst van deze motie staat dat het amendement “na kennelijk een intensieve lobby” is aangenomen. Het tweede punt van kritiek kwam eveneens van Vermeer (BBB), die aangaf dat de versoepeling van de verwateringseis “goed te verdedigen is” met oog op het vestigingsklimaat.

Parlementaire agenda

Het belang van het familiebedrijf én de noodzaak van een gunstig (fiscaal) vestigingsklimaat staat bij een meerderheid in de Tweede Kamer als een paal boven water. Dit maakt het onwaarschijnlijk dat de BOR op korte termijn versoberd zal worden. Het is de vraag in hoeverre de versoepeling van de verwateringsregel voor familieleden met een belang kleiner dan 0,5% nog steeds politieke steun heeft. In het debat gaf Van Eijk (VVD) aan dat het VVD-standpunt hierover nog in de fractie afgestemd moet worden. Daarbij gaf ze aan dat het amendement een bundeling van politieke wensen was, waarbij de versoepeling van de verwateringsregel niet vanuit de VVD afkomstig was.

De steun van de VVD óf de PVV is nodig om een meerderheid te krijgen voor de motie van Idsinga (NSC). Aangezien de PVV niet deelnam aan dit debat, is het onduidelijk hoe deze partij hierover denkt. Na alle media-aandacht zal het echter bijzonder lastig zijn om een kleine groep nazaten van grote winstgevende familiebedrijven, die geen bijdrage leveren aan de continuïteit van deze bedrijven, een fors fiscaal voordeel te geven. Op korte termijn informeert de staatssecretaris de Kamer over de impact en houdbaarheid van het amendement; dit biedt de Kamer mogelijk nog meer inhoudelijke argumentatie.

Informatiesoort: Parlementair

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal ondernemingsrecht

272

Gerelateerde artikelen